Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33 En de God des vredes zij met u allen. Amen.

Aanbeveling van Fébé. Persoonlijke groeten.

1 Ik beveel u Fébé, onze zuster, aan, die dienares was der gemeente te Kénchrea:

2 wilt haar als Christin opnemen, op een wijze den geheiligden waardig, en wilt haar bijstaan in elke aangelegenheid, waarbij zij u mocht noodig hebben. Want ook zelf is zij een beschermvrouwe voor velen geweest, met name voor mij.

3 Groet Prisca en Aquila, mijne mede-arbeiders in Christus Jezus,

4 die voor mijn behoud hun leven hebben gewaagd, en aan wie niet alleen ik dank verschuldigd ben, maar ook al de heidengemeenten;

5 en groet ook de gemeente te hunnen huize. Groet Epénetus, mijn geliefden vriend, die als eersteling in Asië tot Christus kwam.

6 Groet Maria, die zich eens veel moeite voor u heeft gegeven.

7 Groet Andronïcus en Jünias, mijn stamgenooten en medegevangenen, mannen van aanzien onder de apostelen, die zelfs vóór mij Christen zijn geworden.

8 Groet Ampliatus, mijn geliefden Christenvriend.

9 Groet Urbanus, onzen medearbeider in Christus, en mijn geliefden vriend Stachys.

10 Groet Apelles, die als Christen de proef heeft doorstaan. Groet hen die tot den kring van Aristobülus behooren.

11 Groet Heródion, mijn stamgenoot. Groet hen die tot den kring van Narcissus behooren en Christen zijn.

12 Groet Tryféna en Tryfósa, die zich moeite geven voor de zaak des Heeren. Groet Persis, mijn geliefde vriendin, die zich eens veel moeite voor de zaak des Heeren heeft gegeven.

13 Groet Rufus, dien uitnemenden Christen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is geweest.

14 Groet Asyncritus, Flégon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders bij hen.

15 Groet Filólogus en Julia, Néreus en zijn zuster, en Olympas, benevens al de geheiligden die bij hen zijn.

16 Groet elkander met den gewijden kus. U groeten al de gemeenten van Christus.

'Waarschuwing tegen valsche leeraars.

17 Doch ik raad u, broeders, diegenen in het oog te houden, die, in afwijking van het onderwijs dat gij hebt ontvangen, oorzaak zijn van de oneenigheden en van de verleidingen tot afval.

18 Ja, gaat hun uit den weg. Want zulke lieden zijn geen dienaren van Christus, onzen Heer, maar van hun eigen buik; en zij misleiden de harten der argeloozen door hun mooie woorden en hun vrome taal.

33 De God van de vrede zij met u allen. Amen!

Aanbevelingen en groeten.

1 Ik beveel u onze zuster Febe aan, diakones van de kerk te Kénchreën,

2 opdat gij haar in den Heer een ontvangst bereid, zoals het heiligen waardig is, en haar bijstaat in alles, waarin zij uw hulp nodig mocht hebben. Want zelf heeft ze goede diensten bewezen aan velen, en ook aan mijzelf.

3 Groet Priska en Aquila, mijn medehelpers in Christus Jesus,

4 die voor mijn leven hun eigen hals hebben gewaagd, en aan wie niet ik alleen dank ben verschuldigd, maar ook alle gemeenten der heidenen;

5 groet ook de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn dierbaren Epénetus, den eersteling van Azië voor Christus;

6 groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.

7 Groet Andrónikus en Jünias, mijn stamgenoten en medegevangenen, die in groot aanzien staan bij de Apostelen, en die zelfs vóór mij aan Christus hebben toebehoord.

8 Groet Ampliatus, mijn geliefde in den Heer.

9 Groet Urbanus, mijn medehelper in Christus, en mijn geliefden Stachus.

10 Groet Apelles, die in Christus getrouw is gebleken. Groet hen, die tot het huis van Aristobulus behoren.

11 Groet Heródion, mijn stamgenoot. Groet hen, die tot het huis van Narcissus behoren, en volgelingen des Heren zijn.

12 Groet Tryfena en Tryfosa, die arbeiden in de dienst des Heren, Groet de geliefde Persis, die veel gearbeid heeft in 's Heren dienst.

13 Groet Rufus, den uitverkorene in den Heer; alsmede zijn moeder, die ook de mijne is.

14 Groet Asyncritus, Flégon, Hermes, P&trobas, Hermas en de broeders, die bij hem zijn.

15 Groet Filólogus en Julia, Nereus en zijn zuster, ook Olympas met al de heiligen, die bij hen zijn.

16 Groet elkander met een heilige kus. U groeten alle kerken van Christus.

Waarschuwing tegen onruststokers.

17 Maar ik vermaan u, broeders, scherp te letten op hen, die tweespalt en aanstoot verwekken tegen de leer, welke gij hebt ontvangen; gij moet geen omgang met hen hebben.

18 Want zulke lieden dienen niet Christus onzen Heer, maar wel hun eigen buik; en ze misleiden argeloze harten door vrome praat en gefleem.

33 De God nu des vredes zij met u allen! Amen.

Groeten.

1 Ik beveel Phébe, onze zuster, |g [tevens] dienares der gemeente te Kenchreae, bij u aan,

2 dat gij haar ontvangt in den Here op een wijze, den heiligen waardig, en haar bijstaat, indien zij u in het een of ander mocht nodig hebben. Want zij zelf heeft velen, ook mij persoonlijk, bijstand verleend.

3 Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus,

4 mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de heidengemeenten.

5 Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis. Groet mijn geliefden Epénetus, den eersteling voor Christus uit Asia.

6 Groet Maria, iemand, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.

7 Groet Andronicus en Jünias, mijn stamgenoten en medegevangenen, mannen onder de apostelen in aanzien, die reeds vóór mij in Christus geweest zijn.

8 Groet Ampli&tus, mijn geliefde in den Here.

9 Groet Urbanus, onzen medewerker in Christus, en mijn geliefden Stéchys.

10 Groet Apélles, die in Christus beproefd gebleken is. Groet hen, die behoren tot den kring van Aristobülus.

11 Groet mijn stamgenoot Heródion. Groet hen, die behoren tot den kring van Narcissus, die in den Here zijn.

12 Groet Thyphéna en Tryphósa, vrouwen, die zich moeite gegeven hebben in den Here. Groet de geliefde Pérsis, die zich veel moeite gegeven heeft in den Here.

13 Groet Rufus, den uitverkorene in den Here, met zijn moeder, die ook voor mij een moeder is.

14 Groet Asyncritus, Phlégon, Hérmes, Patrobas, Hérmas, en de broeders bij hen.

15 Groet Philólogus, en Julia, Néreus met zijn zuster, en Olympas, benevens al de heiligen, die bij hen zijn.

16 Groet elkander met den heiligen kus. U groeten al de gemeenten van Christus.

Waarschuwing. Lofzegging.

17 Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen.

18 Want zulke lieden dienen niet onzen Here Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoonklinkende en vrome taal de harten der argelozen.

Sluiten