is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8 Maar neen, zelf doet gij onrecht en zelf doet gij tekort, en nog wel aan broeders.

9 Of weet gij niet, dat ongerechtigen Gods koninkrijk niet zullen beërven ?

11 En dat, het een of het ander, waart gij. Maar gij hebt u doen afwasschen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd door den naam van Jezus Christus, den Heer, en door den Geest van onzen God.

Waarschuwing tegen zonden van ontucht.

12 „Alle dingen zijn mij geoorloofd." — Ja, maar niet alle dingen zijn heilzaam. „Alle dingen zijn mij geoorloofd." — Ja, maar ik zal mij door niets laten overheerschen.

13 De spijzen zijn bestemd voor de maag en de maag voor de spijzen: zoowel het een als het ander zal God te niet doen. Doch het lichaam is niet bestemd voor de ontucht, maar voor den Heer, en de Heer voor het lichaam.

14 God, die den Heer heeft doen verrijzen, zal ook ons doen verrijzen door zijn macht.

15 Weet gij niet, dat uwe lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan de leden van Christus nemen en ze aan ontucht overgeven? Verre van dien!

16 Of weet gij niet, dat wie aan de ontuchtige zich bindt, [met haar] één lichaam is? Want, zoo luidt het, de twee zullen tot één wezen zijn.

17 Maar wie aan den Heer zich bindt, is [met Hem] één geest.

18 Ontvliedt de ontucht. Iedere andere zonde, die een mensch begaat, staat buiten het lichaam; maar de ontuchtige bezondigt zich aan eigen lichaam.

19 Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den heiligen Geest die in u is, den Geest dien gij van God hebt ontvangen, — en dat gij niet uzelven toebehoort ?

8 In plaats daarvan doet gij zelf onrecht en schade, en dat nog wel aan de broeders.

9 Weet gij dan niet, dat zij die onrecht doen, geen deel zullen hebben aan het koninkrijk Gods?

Het drievoudig kwaad van de ontucht.

11 En dit waren sommigen van u. Maar gij zijt rein gewassen, gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd in de naam van den Heer Jesus Christus en door den Geest van onzen God.

12 Alles is mij geoorloofd! Maar alles is niet heilzaam! Alles is mij geoorloofd! Maar ik zal me door niets laten overheersen!

13 De spijzen zijn voor de buik, en de buik is voor de spijzen; maar God zal beide aan de vernietiging prijsgeven. Het lichaam daarentegen is niet voor de ontucht, maar het behoort aan den Heer, en de Heer aan het lichaam.

14 God heeft den Heer opgewekt, en Hij zal ook ons doen verrijzen door zijn kracht. —

15 Weet gij soms niet, dat uw lichamen ledematen zijn van Christus ? Zal ik ze dan doen opnouden, ledematen van Christus te zijn, om er ledematen ener deerne van te maken! Dat nooit!

16 Maar weet gij ook niet, dat hij, die zich met een deerne afgeeft, met haar één lichaam is? Want Hij zegt: „Deze twee zullen één vlees zijn."

Gen. 2 : 24.

17 Hij daarentegen, die den Heer aanhangt, is één geest met Hem.

18 Vlucht de ontucht! Iedere zonde, die de mens bedrijft, is buiten het lichaam, maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam.

19 Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, die in u woont, en dien gij van God hebt ontvangen; ook dat gij uzelf niet toebehoort,

8 Maar zelf doet gij onrecht en doet gij te kort, en dat aan broeders.

9 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen?

10 Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.

11 En sommigen uwer zijn dat geweest. Maar gij hebt u laten afwassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd door den naam des Heren Jezus Christus en door den Geest onzes Gods.

Vrij, niet losbandig. 12 Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten knechten.

13 Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander tenietdoen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor den Here, en de Here voor het lichaam.

14 God heeft niet alleen den Here opgewekt, maar zal ook ons opwekken door zijn kracht.

15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden ener hoer van te maken?

16 Volstrekt niet! Of weet gij niet, dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam (met haar) is? Want, zegt Hij, die twee zullen één vlees zijn.

17 Maar die zich aan den Here hecht, is één geest (met Hem).

Gen. 2 : 24.

18 Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.

19 Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, die in u woont, dien gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?

20 Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.

Over het huwelijk.

1 Wat nu de punten betreft, -j waarover gij mij geschreven hebt, ' het is goed voor een mens niet aan een vrouw verbonden te zijn,

20 Want gij zijt gekocht en de 20 daar gij duur zijt gekocht? prijs is betaald: geeft toch met Verheerlijkt dus God in uw uw lichaam aan God de eer. lichaam!

Beantwoording van vragen omtrent het huwelijk. 1 Wat betreft hetgeen gij schrijft, het is voor een mensch goed, een vrouw niet aan te raken;

Het huwelijk der christenen. 1 Wat de dingen betreft, waarover gij geschreven hebt: het is goed voor een mens, geen vrouw aan te raken;

10 Dwaalt niet: noch ontuchtigen, noch afgodendienaars, noch echtbrekers, noch wellustigen, noch knapenschenders, noch dieven, noch hebzuchtigen, noch dronkaards, noch lasteraars, noch oplichters zullen het koninkrijk Gods beërven.

Bedriegt u niet. Ontuchtigen, afgodendienaars, overspelers, wellustelingen, knapenschenners, 10 dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen geen deel hebben aan het koninkrijk Gods.