is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 Dien gij nu iets vergeeft, dien vergeef ik ook; want zoo ik ook iets vergeven heb, dien ik vergeven heb, heb ik het vergeven om uwentwil, voor het aangezicht van Christus, opdat de Satan over ons geen voordeel krijge;

11 Want zijne gedachten zijn ons niet onbekend.

12 Voorts, als ik te Trcas kwam, om het Evangelie van Christus te prediken, en als mij eene deur geopend was in den Heere, zoo heb ik geene rust gehad voor mijnen geest, omdat ik Titus, mijnen broeder, niet vond;

Hand. 16 : 8.

13 Maar afscheid van hen genomen hebbende, vertrok ik naar Macedonië.

Aard van Paulus' prediking.

14 En Gode zij dank. Die ons allen tijd doet triomfeeren in Christus, en den reuk Zijner kennis door ons openbaar maakt in alle plaatsen.

Kol. l : 27.

15 Want wij zijn Gode eene goede reuk van Christus, in degenen, die zalig worden, en in degenen, die verloren gaan;

16 Dezen wel een reuk des doods ten doode; maar genen een reuk des levens ten leven. En wie is tot deze dingen bekwaam?

Luk. 2 : 34.

17 Want wij dragen niet, gelijk velen, het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maal¬

ais uit uoa, in ae tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus.

De uitnemendheid van het Nieuwe Testament boven het Oude.

■7 1 Beginnen wij onszelven wederom u aan te prijzen? Of behoeven wij ook, gelijk sommigen, brieven van voorschrijving aan u, of brieven van voorschrijving van u?

2 Kor. 5 : 12.10 : 8.

2 Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle menschen;

3 Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in steenen tafelen, maar in vleeschen tafelen des harten.

Ex. 24 : 12. 34 : 1. Jer. 31 : 33.

Ezec. 11 : 19. 36 : 26. Hebr. 8 : 10.

4 En zoodanig een vertrouwen hebben wij door Christus bij God.

5 Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God;

Filipp. 2 : 13.

6 Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

2 Kor. 5 : 18. Hebr. 8 : 6, 8.

7 En indien de bediening des doods in letteren bestaande, en in steenen ingedrukt, in heerlijkheid

10 Wien gij nu iets vergeeft, dien vergeef ik ook; want ook ik, zoo ik iets vergeven heb, heb het vergeven om uwentwil voor het aangezicht van Christus,

11 opdat de satan geen voordeel op ons verkrijge; want ons is niet onbekend wat hij in den zin heeft.

12 Toen ik nu te Troas kwam om het Evangelie van Christus te prediken, en mij eene deur geopend was in den Heer,

2 Cor. 7 : 5. Hand. 16 : 8—12.

13 had ik geen rust in mijnen geest, toen ik Titus, mijnen broeder, niet vond; maar ik nam afscheid van hen, en vertrok naar Macedonië.

14 God nu zij gedankt, die ons altijd de overwinning geeft in Christus, en den reuk zijner kennis door ons openbaar maakt in alle plaatsen!

15 Want wij zijn Gode een goede reuk van Christus, onder degenen, die zalig worden, en onder degenen, die verloren gaan:

16 dezen een reuk des doods ten doode, maar genen een reuk des levens ten leven. En wie is hiertoe bekwaam ?

17 Want wij zijn niet gelijk sommigen, die Gods woord vervalschen; maar als uit oprechtheid en als uit God, spreken wij voor het aangezicht van God in Christus.

Het Nieuwe Testament uitnemender dan het Oude. 1 Beginnen wij dan wederom onszelve te prijzen? Of behoeven wij, gelijk sommigen, brieven van aanbeveling- aan u, of aanbeveling-

van u?

2 Cor. 5 : 12.

2 Gij zijt onze brief, in onze harten geschreven, die bekend en gelezen wordt bij alle menschen;

1 Cor. 9 : 2.

3 gij, van wie het openbaar is geworden, dat gij een brief van Christus zijt, door onzen dienst toebereid, niet met inkt maar met den Geest des levenden Gods, niet in steenen tafelen, maar in vleeschen tafelen des harten.

Jer. 31 : 33.

4 En zulk een vertrouwen hebben wij door Christus tot God.

5 Niet dat wij bekwaam zijn van onszelve iets te denken, als van onszelve, maar onze bekwaamheid is uit God;

6 die ons ook bekwaam gemaakt heeft om het ambt des nieuwen verbonds te bedienen, niet der letter maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

7 Indien nu het ambt, dat door letters doodt en in steenen is gegrift, heerlijkheid had, zoodat de

10 Wien gij iets vergeeft, dien doe ik het ook; want heb ik iets vergeven — indien ik het gedaan heb — dan deed ik dat om uwentwil, als stond ik voor den rechterstoel van Christus, opdat wij niet door den Satan overmeesterd worden;

11 want wij weten wel wat die beoogt.

12 Toen ik te Troas kwam om Christus te prediken, had ik, hoewel mij door des Heeren kracht een deur openstond, geen rust in mijn geest, omdat ik mijn broeder Titus er niet vond,

13 maar nam afscheid van de geloovigen en vertrok naar Macedonië.

14 Gode zij dank, die ons door de gemeenschap met Christus in zegepraal rondvoert en door ons alom den reuk der kennis van hem openbaarmaakt.

15 Ja, want wij zijn Christus' wierookoffer voor God in hen die gered worden en in hen die verloren gaan,

16 dezen een reuk uit dood tot dood, genen een reuk uit leven tot leven. En wie is hiertoe bekwaam ?

17 Wij. Want wij zijn niet als de meesten, die het woord Gods tot een handelszaak maken, maar wij spreken eerlijk, ja als het ware uit God, met God voor oogen, in Christus.

De gemeente te Korinthe. Paulus' aanbevelingsbrief van Christus. 1 Beginnen wii weer ons aan n

aan te bevelen ? Of behoeven wij soms, als sommige lieden, aanbe¬

velingsbrieven aan u of van u ?

2 Onze brief ziit gii. een brief ge¬

prent in ons hart, bij alle menschen bekend, door allen gelezen.

3 Want het is duidelijk dat gij een brief van Christus zijt, door ons bezorgd, geschreven niet met inkt, maar met den geest van den levenden God, niet op steenen tafelen, maar op vleeschelijke tafelen des harten.

De bediening van het oude en van het nieuwe verbond.

4 Dit vertrouwen nu hebben wij bij God door Christus.

5 Niet dat wij uit onszelf in staat zijn iets te bedenken, alsof het uit onszelf kwam: neen, onze bevoegdheid is uit God,

6 die ons bekwaam heeft gemaakt bedienaren van het nieuwe verbond te zijn, een verbond niet van de letter maar van den geest; want de letter doodt, de geest maakt levend.

7 En indien de bediening des doods, met letters op steenen gegrift, iets heerlijks is geworden,