is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wegen gingt van den beheerscher der tegenwoordige eeuw, van den overste van de macht der lucht, den geest die nog steeds werkzaam is in de ongehoorzamen.

3 Onder hen hebben ook wij allen eens verkeerd, toen wij toegaven aan de begeerten van ons zinnelijk leven, en opvolgden de wenschen van ons zinnelijk leven en van onze lusten. En van nature waren wij voorwerpen van Gods toorn, gelijk al de anderen.

4 Maar God, die rijk is aan barmhartigheid, heeft, om de groote liefde waarmede hij ons heeft liefgehad,

5 ook ons, die dood waren door de overtredingen, mede levend gemaakt met Christus — uit genade zijt gij behouden —;

6 en hij heeft ons in Christus Jezus mede opgewekt en mede in het hemelruim doen plaats nemen;

7 ten einde onder de beheerschers dezer eeuw, die hierop toe kwamen, den overweldigenden rijkdom zijner genade ten toon te spreiden, in zijn goedgunstigheid, ons in Christus Jezus betoond.

8 Want het is uit genade, dat gij door het geloof behouden zijt. En dat is niet aan uzelf te danken, maar het is een geschenk van God;

9 het is niet aan werken te danken, opdat niemand zou kunnen roemen.

10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen, om te doen goede werken, welke God te voren had bereid als onzen kring van werkzaamheid.

Gods macht in de vereeniging van Jood en heiden.

11 Blijft daarom indachtig: weleer waart gij, naar het uitwendige „de heidenen", onbesnedenen genoemd door hen die de zoogenaamde besnijdenis ondergaan hebben, —■ een uitwendig, door menschenhanden verricht werk, —

12 te dien tijde waart gij zonder Christus, verstoken van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de beschikkingen der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.

13 Maar thans, door uwe gemeenschap met Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij gekomen, door den dood van den Christus.

14 Want hij is onze vrede, hij, die de beide deelen heeft vereenigd en den tusschenmuur die hen scheidde,

15 de vijandschap, heeft weggebroken, door [stervende] als mensch de wet der geboden, die in inzettingen bestaan, te niet te doen, opdat hij in zichzelf de twee tot één nieuw mensch zou omscheppen, en aldus vrede stichten;

16 en opdat hij de beiden, tot één lichaam verbonden, zou verzoenen met God door het kruis, door met dat kruis de vijandschap te dooden.

in navolging van deze aardse wereld, in navolging ook van den vorst der macht in de lucht, van den vorst van de geest, die nog altijd werkt in de zonen der ongehoorzaamheid.

3 Ook wij allen behoorden daartoe, en hebben vroeger naar onze vleselijke lusten geleefd, de begeerten van het vlees en van de zinnen volbracht, en waren van nature kinderen van toorn, juist zoals de anderen. —

4 Maar God, die rijk aan ontferming is, heeft door de grote liefde, die Hij ons toedroeg,

5 ook ons, die dood waren door de overtredingen, ten leven verwekt tezamen met Christus; door de genade zijt gij gered.

6 En in Christus Jesus heeft Hij ons opgewekt, en in de hemel een plaats bereid tezamen met Hem;

7 opdat in de toekomende tijden de overgrote rijkdom zijner genade zou worden geopenbaard, die Hij in zijn goedheid ons in Christus Jesus heeft geschonken. —

8 Want uit genade zijt gij gered door het geloof. Niet uit uzelf; Gods gave is het.

9 Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen;

10 want zijn maaksel zijn wij: in Christus Jesus geschapen tot goede werken, die God vooruit heeft bereid, opdat we daarin zouden leven.

De vroegere uitsluiting der heidenen.

11 Denkt er dus aan, dat gij eertijds heidenen waart van geboorte, en onbesneden werdt genoemd door de zogenaamde besnijdenis, die met de hand in het vlees wordt aangebracht;

12 en dat gij toen zonder Christus waart, uitgesloten van Israëls burgerschap, vreemd aan het verbond der Belofte, zonder hoop in de wereld, en zonder God.

Thans jood en heiden een in Jesus.

13 Maar thans, nu gij in Christus Jesus zijt, thans zijt gij nabij gekomen door Christus' Bloed, gij die eertijds verre waart.

14 Want Hij is onze vrede, Hij die beide groepen één heeft gemaakt, en de scheidsmuur — dat is de vijandschap —• heeft weggebroken.

15 Door zijn Vlees heeft Hij de Wet afgeschaft met haar geboden en instellingen, om als Vredestichter beide groepen om te scheppen in Hem tot één enkelen nieuwen mens;

16 om beiden in één Lichaam met God door het kruis te verzoenen, en zó de vijandschap te doden.

hebt overeenkomstig den loop dezer wereld, overeenkomstig den overste van de macht der lucht, van den geest, die thans werkzaam is in de zonen der ongehoorzaamheid,

3 — trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar den wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns —,

4 God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,

5 ons, hoewel wij dood waren in de misdaden, mede levend gemaakt met Christus, ■—- door genade zijt gij behouden -—,

6 en heeft ons mede opgewekt en mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten in Christus Jezus,

7 om in de komende eeuwen den overweldigenden rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

8 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;

9 niet uit uw werken, opdat niemand roeme.

10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

De eenheid der gemeente.

11 Bedenkt daarom, dat gij, die vroeger heidenen waart naar het vlees, en onbesneden genoemd werdt door de zogenaamde besnijdenis, die werk van mensenhanden aan het vlees is,

12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israëls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.

13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichbij gekomen door het bloed van Christus.

14 Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en den tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft,

15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwen mens om te scheppen,

16 en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.