is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7 Doch aan een ieder onzer is zooveel genade geschonken, als Christus heeft willen geven.

8 Daarom heet het: als hij opvoer naar den hooge, voerde hij krijgsgevangenen mede, en gaf hij gaven aan de menschen.

9 De woorden „hij voer op" veronderstellen, dat hij ook naar de lagere kringen der aarde nedergedaald is.

10 Hij die nedergedaald is, is dezelfde als hij die opgevaren is boven alle hemelen, om het heelal te vervullen.

11 En hij is het, die sommigen gegeven heeft als apostelen, anderen als profeten, anderen als evangelisten, anderen als herders en leeraars,

12 om de geheiligden toe te rusten tot het werk der bediening, tot den opbouw van het lichaam

| van Christus.

13 En dit zal voortgaan totdat wij, allen tezamen, gekomen tot de eenheid van het geloof en van de volkomene kennis van Gods Zoon, de rijpheid van den mannelijken leeftijd hebben bereikt en, van Christus geheel vervuld, tot vollen wasdom zijn gekomen.

14 Dan zullen wij niet meer als kinderen zijn, en niet meer ronddobberen, heen en weer geslingerd door eiken wind van leer, door het valsche spel der menschen, die in hun sluwheid anderen op een dwaalweg willen leiden.

15 Maar laten wij, ons aan de waarheid houdend, in allen deele in liefde opwassen tot eenheid met hem die het hoofd is, met Christus.

16 Want uit hem ontvangt het geheele lichaam, saamgevoegd en saamgehouden door den steun van elke geleding, zijn groeikracht naar den invloed dien elk deel op zijn wijze oefent, en wordt zoo opgebouwd in liefde.

Eenheid bij verscheidenheid.

7 Aan ieder van ons is de genade geschonken naar de maat, die Christus heeft toegemeten.

8 Daarom wordt er gezegd: „Opgestegen ten hoge Heeft Hij gevangenen buitgemaakt, Gaven uitgedeeld aan de mensen."

PS. 68 (67) : 19.

9 Welnu, dit „Hij is opgestegen", wat betekent het anders, dan dat Hij ook is neergedaald naar de onderste delen der aarde.

10 Hij, die is neergedaald, is Dezelfde als Hij, die hoog boven alle hemelen is opgestegen, om alles tot volheid te brengen.

11 Hijzelf is het geweest, die sommigen tot apostelen heeft aangesteld, anderen tot profeten, evangelisten, herders -en leraars;

12 maar met het doel, om de heiligen tot volmaakte plichtsvervulling te brengen, om op te bouwen het Lichaam van Christus;

13 tot de tijd, dat wij allen tot de eenheid des geloofs en der kennis van Gods Zoon zijn gekomen, een volwassen man zijn geword-en, en de mannenmaat van den volmaakten Christus hebben bereikt.

14 Dan zullen we geen onmondige kinderen meer zijn, die heen en weer worden geslingerd en voortgestuwd door elke windvlaag van lering, door het bedrog van de mensen, door sluwe verleiding tot dwaling.

15 Maar we zullen de waarheid bewaren in liefde, en zó in ieder opzicht opgroeien voor Hem, voor Christus, die het Hoofd is.

16 Door Hem wordt het ganse lichaam samengevoegd en samengehouden, omdat elk gewricht zijn taak vervult met de kracht, die ieder lid in het bijzonder is toegemeten; en zó voltrekt zich de groei van het lichaam tot eigen opbouw in liefde.

7 Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt.

8 Daarom heet het: opgevaren naar de hoogte voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen.

Ps. 68 : 19.

9 Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?

10 Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles vol te maken.

11 En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars,

12 om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,

13 totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van den Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van den wasdom der volheid van Christus.

14 Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt,

15 maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.

16 En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door den dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, dezen groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.

Het nieuwe leven en het oude. 17 Dit nu zeg ik en bezweer ik, in mijn gemeenschap met den Heer, dat gij niet langer moet leven gelijk de heidenen.

18 Want hunne gedachten zijn ijdel, verduisterd als zij zijn in hun onderscheidingsvermogen, vervreemd van het leven Gods, om de onwetendheid die door de verharding van hun hart in hen is teweeggebracht.

19 Zedelijk afgestompt, hebben zij zich aan de ongebondenheid overgegeven, om in hebzucht allerlei onreinheid te bedrijven.

20 Maar wat gij van den Christus hebt lèeren kennen, is geheel anders.

21 Gij hebt toch immers van hem gehoord en zijt, in gemeenschap met hem, onderwezen in wat waarheid is in Jezus:

22 dat gij ten opzichte van uw vroegeren levenswandel den ouden

Legt af den ouden mens.

17 Daarom zeg ik en bezweer ik u in den Heer, dat gij niet langer een leven moogt leiden, zoals de heidenen in hun ijdele gezindheid dit doen.

18 Want hun verstand is verduisterd en ze zijn vervreemd van het leven van God, omdat er onwetendheid onder hen heerst en hun hart is verstokt.

19 Ze hebben zich afgestompt en zich aan losbandigheid overgegeven, zodat ze uit hebzucht allerlei ontucht bedrijven. —

20 Maar zó hebt gij Christus niet leren kennen.

21 Gij hebt toch van Hem gehoord, en zijt in Hem onderwezen, wat de waarheid in Jesus is:

22 met betrekking tot uw vroeger gedrag moet gij den ouden mens

De nieuwe levenswandel.

17 Dit zeg ik dan en betuig ik in den Here, dat gij niet langer moogt wandelen, zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken,

18 verduisterd in hun denken, vervreemd van het leven Gods om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart.

19 Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om gretig winst te slaan uit allerlei onreinheid.

20 Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen.

21 Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt In Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus,

22 dat gij, wat uw vroegeren wandel betreft, den ouden mens