Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar nummer 267a der Haarlemmerstraat met haar meetrok? Toch komt hierin iets van B a v i n c k s karakter uit. Hij hechtte zich zeer aan een omgeving. Hij had behoefte aan rust om zich heen ♦ ten einde zich onverdeeld aan de studie te kunnen geven.

Evenzoo is het niet geheel van belang ontbloot, dat B a vi n c k in zijn studententijd de aandacht trok door zijn onberispelijke kleeding. Zonder in het modieuse te vervallen, trok het moderne hem aan. En mij dynkt, wanneer hij met vacantie in Kampen vertoefde en men hem vergeleek met de studenten van de School, in wie men meerendeels reeds de toekomstige dominees zag wandelen, zal menige conservatieve broeder over hem bedenkelijk het hoofd hebben geschud en hem wel wat „wereldsch" hebben gevonden en 't is of ik hoor zeggen: „en dat voor een zoon van den ouden Bavinck". De „Kulturtrieb", de drang naar verdere cultureele aanpassing bij zijn tijd, werkte in hem door.Voor de kleine conflicten, welke hieruit onvermijdelijk moesten ontstaan, wenschte hij niet uit den weg te gaan. Hij koos hoe langs zoo meer tegen het anticultureele in de kringen, waaruit hij voortkwam, partij en dat niet door luidruchtig protest, maar door stille daad.

In Leiden zelf viel dat minder op. Daar vond hij een kerkelijk leven, dat de cultureele behoeften van zijn geest meer in het gevlei kwam. Van de twee kerken der Chr. Geref. Kerk daar ter plaatse, had hij zich aangesloten bij die van Ds. D o n n e r. En onder diens gehoor schaarden zich niet alleen eenvoudigen, maar ook menschen uit den hoogeren stand. Ds. Landwehr beschrijft: „De andere kerk was op de Hooigracht. Dat was de meer aristocratische kerk. Het kerkgebouw droeg van dat aristocratische al het stempel. Die zware pilaren onder het middenschip (de kerk was niet schoon uit architectonisch oogpunt, maar vertoonde toch iets van den basilicastijl) die zijbeuken met de lange banken, dat alles gaf in die dagen aan die kerk een voornaam voorkomen. In die kerk kwam de oude, edele en godvruchtige Tieleman met zijne familie. Daar kwamen de Heemstra's, vader en moeder met de freule (latere gouvernante van onze Koningin) en de broers, van wie maar een, nml. baron S. van Heemstra bij de Geref. Kerk gekomen is. Daar kwam baron Pailandt van Duinrel met zijn gezin. Daar kwamen de dames Willink, moeder en dochter, van Bennebroek en Poelgeest.

Sluiten