Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tegen Paschen 1879 ging Bavinck reeds als doctorandus naar huis.

Naar dit oogenblik hadden behalve zijn ouders en hijzelf, ook drie Kamper studenten :J. D. van der Munnik (thans emeritus predikant van Leeuwarden), C. van P r o o s d ij (in 1915 overleden als predikant te Amsterdam), J. H. U n i n k (gestorven 1883) verlangend uitgezien. Bavinck was in een zijner vacanties met hen in aanraking gekomen, waarschijnlijk door U n i n k, dien hij van het gymnasium in Zwolle kende. Aldra bemerkte hij, dat het onderwijs aan de Theol. School, inzondeiheid dat van Helenius deCock in de dogmatiek, hen onbevredigd liet en wel in die mate, dat zij elders voedsel voor hun geest gingen zoeken. De eerste door zijn meer dan gewone ontwikkeling, de beide laatsten door hun gymnasiale opleiding hadden te goed rondgezien en van hun tijd poolshoogte genomen, dan dat zij niet zouden begrijpen, dat zulk een veelszins primitief onderwijs aan de eischen van verstand en hart onmogelijk kon voldoen. De C o c k doorzocht de dogmatiek niet zelfstandig, legde geen degelijken grondslag, maar verspilde den tijd met disputen. Het drietal vrienden was dan ook begonnen met de werken van Chantepie de la Saussaye en Gunning te lezen en kwam geheel onder de bekoring van de bemiddelingstheologie. Zij dreigden voor de Chr. Ger. Kerk verloren te gaan. Dat zag Bavinck. Hij sprak met hen. Hij verzekerde volstrekt geen pressie op hen te willen uitoefenen, maar voor zij den gevaarlijken weg der Ethische theologie opgingen, behoorden zij toch eerst de Gereformeerde Theologie goed te kennen. Daarom stelde hij hun voor, dat zij met elkander de Dogmatiek van H e p p e zouden bestudeeren, met de bewijsplaatsen erbij en wanneer hij zijn doctoraal achter den rug had, wilde hij met hen de dogmatiek op meer wijsgeerige wijze doorwerken. En indien gij dan, ging hij voort, nog meent, dat de Ethische Theologie de voorkeur verdient boven de Gereformeerde, kunt gij nog beslissen. De drie vrienden grepen dit aanbod met beide handen aan. Den geheelen winter besteedden zij aan dogmatiek, zooals Bavinck hen had voorgeschreven. En toen deze zijn doctoraal had afgelegd en overeenkomstig zijn belofte met hen ging saamstudeeren, waren zij reeds voor drie kwart van hun ethische gevoelens genezen. De dogmatiek

Sluiten