is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldig en kan door den christelijken godgeleerde niet worden aanvaard".1) Overigens moet het wel merkwaardig heeten, dat een irenische natuur als de zijne debuteerde met een polemiek! Vervolgens publiceerde hij een tweetal artikelen over: Het Geweten. Hij beschouwt daarin het geweten als „Symptom der Erkrankung". Vóór den val kon er geen sprake van wezen2). Het geweten is geen stem, die van buitenaf komt. „Neen, het is de wet onzer eigen persoonlijkheid, die ons aanklaagt Het is het eigen wezen des menschen,

dat tegen den mensch, zooals hij werkelijk is, reageert en protesteert". Het is de „tweespalt tusschen den idealen en den empirischen mensch".3) Er zijn zeer zeker voorgewende gewetensbezwaren. „Altijd echter moet in het oog worden gehouden, dat het beter is, tien voorgewende gewetensbezwaren te ontzien, dan één werkelijk gewetensbezwaar te bespotten". Christus moet altijd meer de inhoud worden van ons geweten.4) Ten slotte geeft hij in deze korte Kamper periode onder het hoofd: Een rectorale oratie nog een recensie van de rede, door docent A. Steketee gehouden bij de overdracht van het rectoraat.5) B a v i n c k spreekt met groote waardeering over deze rede, vindt er treffende, schoone, diepe gedachten in en is van oordeel, dat ze de eer der Theologische School naar buiten handhaaft en verbreidt. „Ze tintelt van fijn en diep gevoel, van frisch en krachtig leven, van geestdrift en van geloof".6)

Behalve voor persarbeid reserveerde hij ook eenigen tijd voor een lezing, welke hij uitsprak voor het Kamper studentencorps „Fides quaerit intellectum" en te Franeker gekomen voor den druk gereed maakte.

Maar vooral ging hij nu druk uit preeken. Zijn roem als redenaar verbreidde zich al spoedig door de gemeenten der Christelijke Gereformeerde Kerk. Zóó kwam hij ook te Franeker. Aanstonds stal hij het hart dier gemeente. Hij werd beroepen en nam aan.

!) Jg. 1880, bl. 525.

») Jg. 1881, bl. 31.

3) Jg. 1881, bl. 55.

«) Jg. 1881, bl. 55.

«) De beteekenis der kunst voor den toekomstigen evangeliedienaar. G. Ph. Zalsman, Kampen 1881.

6) Jg. 1881, bl. 129.