is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereik lag — en dat was niet weinig — doorzocht, maar nergens heb ik één uitdrukking kunnen vinden, waaruit zou kunnen worden afgeleid, dat Bavinck aan Kuypers oprechtheid twijfelde. Bij het uitbreken van het kerkelijk conflict in de Ned. Herv. Kerk in 1886 schrijft hij aan Dr. Snouck Hurgron'je: „Soms ben ik het aanschouwen van al deze twisten hartelijk moede. Van harte wensch ik, dat er op kerkelijk en schoolterrein spoedig vrede kome en een werken niet met maar naast elkaar. Polemisch ben ik dus maar om een irenisch doel. En zoo is het bij Dr. Kuyper ook, althans naar mijn beschouwing. Tijdelijk zal hij echter door allen, evenals vroeger Groen, als brekespel voorgesteld worden". En in een lateren brief oordeelt hij, dat het Handelsblad zich „dit geheele jaar door tegenover Kuyper etc. op eene zeer ignobele wijze heeft gedragen. Hoeveel er ook zij, dat ik in de orthodoxe richting en antirevolutionaire partij afkeuren moet; tegenover de liberale en ethisch-irenische speldeprikken en lasteringen heeft zij de sympathie van mijn hart". Ook nu nog nam hij het dus zeer beslist voor Kuyper op. Maar als hij het heeft over wat hij in Kuyper afkeurt, komt hij gedurig terug op wat hij noemt diens suprematie. „Mij hindert dikwerf de wijze, waarop hij als partijhoofd opereert", zoo heet het ergens. Verwonderen kan dit niet. Hierover zijn allen, die Bavinck van zeer nabij en van jongs af hebben gekend, het eens, dat er in hem geen „leider" stak. Hoe zou hij zich dan ooit ten volle in de positie van een „leider" kunnen verplaatsen ?

Nog dient hieraan te worden toegevoegd, dat Bavinck zich in zijn K u y p e r-beoordeeling niet immer gelijk is gebleven. Hij wisselde later zelfs nog eenige malen. Er zou een tijd komen, dat hij hooger dan iemand den lof van Kuyper ook als leider zong.

Gaf de Ethische theologie alzoo de eerste aanleiding tot schermutselingen tusschen Bavinck en Kuyper, zoo kan men de vraag niet de deur wijzen : hoe dacht Bavinck in dezen tijd dan over de Ethischen ? Ik zal eerst de meer vertrouwelijke bronnen raadplegen. Dan kan meteen worden uitgemaakt, of Bavinck de Ethische theologie misschien een heimelijke sympathie toedroeg, waarvoor hij in het openbaar niet dorst uitkomen. Welnu, in een