Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eerste maanden, toch misschien nog eer dit jaar teneinde gaat, de afstand op kerkrechtelijk terrein vrij wat zal zijn ingekrompen".1)

Maar wie op deze conferenties ook aan de discussie deelnamen, B a v i n c k niet. Wat moest hij zeggen ? Hij werd voortdurend naar twee kanten heengetrokken. Nog steeds weifelde hij.

Toch zou hij binnenkort het zwijgen verbreken. De voorloopige Synode van Nederduitsche Gereformeerde Kerken, had den 28sten juni 1888 een schrijven gezonden aan de Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk, welke in Augustus te Assen zou saamkomen. Daarin werd schier om vereeniging gesmeekt. De Synode — zoo leest men daar — „zag klaarlijk in, dat reeds haar samenkomen te Utrecht en straks het uwe te Assen als twee afzonderlijke synoden, slechts een gevolg van het zondige in onze toestanden was, en ze gevoelde haar roeping, om zooveel aan haar stond, ijlings de noodige stappen te doen, om dit zondige uit ons midden te helpen wegnemen". Zij meldde, hoe zij enkele broederen benoemde, om „mocht onze bede ook bij u gehoor vinden, straks met uwe Deputaten een Acte van ineensmelting te ontwerpen". En dan vervolgde zij : „Mogen we thans deze beslissing hiermede te Uwer kennisse brengen, en U bij de liefde Christi dringen, het verzoek, dat hiermede tot U komt, niet te willen afslaan ? Acht niet, Geliefde Broederen, dat wij blind zouden zijn voor de ingewikkelde moeilijkheden, die onze voorslag u brengen komt. Gij leefdet nu kalm en rustig, en niets scheen den stillen loop van Uwe ontwikkeling te storen. En nu komen wij zoo onverwachts Uwe ruste breken, en U niets minder vragen, dan dat Gij zulk een wijziging in Uw huishouding wilt aanbrengen, dat we voortaan in ééne Tente met U kunnen saamwonen. O, we gevoelen dieper dan we zeggen kunnen, hoeveel hiermee van Uwe Christelijke broederliefde gevergd wordt. En toch kan geen schroom noch aarzeling ons terughouden om U te vragen: Brengt dat offer!"2) In milde stemming werd deze brief in de Christelijke Gereformeerde Kerk ontvangen. Het voorstel, daarin vervat, vond bijna allerwege welwillend onthaal. Het scheen bijna vast te staan, wat de Asser Synode besluiten zal. Maar nu publiceert B a v i n c k op het laatste oogenblik

1) Heraut, jg. 1888, no. 538 (15 April).

2) Acta bl. 41 v.v.

Sluiten