Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarin gaf hij te verstaan, dat vóór alle dingen het Schriftprobleem op oplossing wachtte. Ik vroeg hem, wat, waar de Schrift voor zoo tal van vraagstukken stelt, hij met het Schriftprobleem bedoelde. Daarop antwoordde hij, dat het daarbij niet ging om de autoriteit van de Schrift — die stond voor ons buiten het geding — maar om onze opvatting van de inspiratie. In hoever — zoo werkte hij dit nader uit — onderging die inspiratie de inwerking van de omstandigheden, waaronder zij plaats had en in hoever had zij een meer universeele strekking. Verder verduidelijkte hij dit niet en ging tot een ander onderwerp over. Ik zou dit hier niet mededeelen, indien het niet gecontroleerd kon worden. Ervaring toch leert, hoe voorzichtig men moet zijn met particuliere gesprekken. Maar in Bavincks „De Navolging van Christus en het moderne leven"1) heeft men voor deze kwestie een kostelijk contröle-middel. Bij aandachtige lezing prikkelt vooral de opvatting van de Bergrede, welke daarin wordt gehuldigd, tot nadere overweging. „Tot recht verstand der Bergrede", zoo ontwikkelt hij zijn gedachten, „moet men in het oog houden, tot wie en in welke omstandigheden Jezus deze rede houdt." Wel werd ze door een groote schare aangehoord, „maar ze was toch speciaal tot zijne discipelen gericht; zij waren het, die volgens Matth. 5:1 en 2 tot Hem kwamen en door Hem geleerd werden. De inhoud dezer rede komt hiermede geheel overeen. Jezus houdt niet eene rede voor het volk van Israël, voor de grooten en de aanzienlijken, maar voor de betrekkelijk kleine schare van zijne discipelen."2) De Bergrede was geheel berekend op de toenmalige omstandigheden. „Indien men dit alles in het oog houdt, is het gemakkelijk te begrijpen, dat Jezus in de Bergrede die deugden aanprijst, welke zijne discipelen in zulke omstandigheden vóór alle dingen te beoefenen hadden. Het ware ongepast geweest, aan deze menschen eene zoogenaamde cultuurtaak op te dragen, hen op te roepen tot beoefening van wetenschap en kunst, tot verzameling van aardsche schatten, tot het drijven van nijverheid en handel. Daartoe was Jezus zelf niet in de wereld gekomen ; Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen, en zijne ziel te geven tot

*) Verschenen in de serie : „Schild en Pijl", Kampen, Kok, 1918. 2) A.w., bl. 12.

Sluiten