is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het algemeen, aan de onderscheiding van natuur- en geesteswetenschappen. Is dit eene onderscheiding, die berust op het bestaan van twee verschillende objecten: natuur en geest, als verschillende werkelijkheidssferen, of op de toepassing van twee methoden, op één en hetzelfde object: de werkelijkheid of de wereld? Het eerste is de meening van de scholastiek en Descartes; het tweede van het idealisme en Rickert. Links staat het materialisme, dat enkel weet van het physische en het geestelijke louter als bijproduct daarvan opvat. Rechts het psychomonisme, dat de bewustzijnsverschijnselen tot één en al maakt. Het antwoord op deze vraag, tot zekere hoogte zelfs reeds het stellen van deze vraag, scheidt de geesten.

De Grieksche philosophie is er mede begonnen en geëindigd. De weg van de natuur-philosophie tot het neo-platonisme is ver, lang en afwisselend, maar deze vraag verdwijnt nergens geheel uit het gezicht. Op de hoogtepunten schijnt zij hare oplossing te vinden, bij Plato voorwaardelijk, bij Aristoteles zonder rest. Plato is in dit opzicht zeer belangrijk, om meer dan ééne reden. In de eerste plaats, omdat hij zoo fel bewogen wordt door de spanning, die tusschen stof en geest, hartstocht en rede, gebondenheid en vrijheid, „werkelijkheid" en idee bestaat, in alle mogelijke proporties en verhoudingen. Terwijl Socrates zich tot het zedelijke leven van den enkele beperkt, en b.v. de mythe van Orithyea, die door Boreas wordt geschaakt, naast zich neerlegt, om het even hoe zij kan worden uitgelegd: hij heeft genoeg met zich zelf te doen, vaart Plato veel breeder uit. In de tweede plaats, omdat hij met behulp van alle middelen, redelijke en niet-redelijke, tot het middel der mania, der hoogere dwaasheid toe, tracht zich boven deze spanning te verheffen. In de derde plaats, omdat hij eenerzijds teruggrijpt naar wat elders in wijsgeerigen en in mythischen vorm over deze stof is gedacht en gedicht en andererzijds vooruitgrijpt op een toekomst, die telkens weer door de motieven en impulsen van Plato zich laat leiden en bezielen. Als wij van Plato's visie een indruk willen ontvangen, grijpen wij allicht naar den Phaedros met zijn beschrijving van den opgang der ziel, die hij vergelijkt met een wagen en zijn bestuurder. x) Moed en begeerte zijn de paarden; de rede is de bestuurder en de moeilijkheid om den koers te bepalen ligt hierin, dat, terwijl wezens, goddelijker dan wij, niet alleen de teugels hebben

*) Plato, Phaedrus, 246 sqq.