Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die in de eerste plaats als daad van God wordt opgevat: het openbaarmaken van wat verborgen is en wat op deze wijze openbaar-wordt. Het woord heeft dezelfde dubbele wending als wij bij de schepping opmerkten: het is acte en effect. Het sluit in zich den afstand, het verband en de bemiddeling, in welken vorm ook, die het een met het ander verbindt. In het O. Testament komen allerlei vormen, fazen en graden van openbaring voor. Daar is de Gods-verschijning, hetzij dan van God zeiven of van den Hem gelijken Engel Gods; het teeken, waardoor God zijn aanwezigheid aankondigt; het woord, waarin Hij zijn wil kenbaar maakt. Daarenboven zijn er bepaalde ambten en personen die ter bemiddeling tusschen God en mensch dienst doen. Er is dus al aanstonds verschil tusschen het zakelijke en het persoonlijke: het middel en de middelaar en tusschen het voorbijgaande en het duurzame der bemiddeling.

Naast de figuur der openbaring staat die van het verbond. Wij hebben er reeds op gewezen, dat dit, in O. Testamentisch verband, een bijzonder karakter draagt. Het is de Schepper die, souverein, elke betrekking legt en daarmede dus ook over haar voorwerp, voorwaarde en inhoud beschikt. Deze figuur neemt in het O.Testament eene centrale plaats in. De geheele betrekking tusschen God en Israël wordt daaromheen gekristalliseerd. Zij geldt in de eerste plaats de gemeenschap, die door God is tot stand gebracht, het volk, als volk der belofte of der verkiezing, en het lid der gemeenschap als zoodanig en ook persoonlijk. In verband met het verbond nemen de bovengenoemde middelen concreete vormen aan. In de eerste plaats zijn het, als uitdrukking van de verschijning van God, de ambten en de personen, die tusschen God en mensch als middelaars in staan: de profeet, die van Godswege getuigt; de priester, die den band met God herstelt en bevestigt; de koning, die Gods wil handhaaft, alle drie drukken uit, wat bij den mensch onderscheidenlijk de taak is van den mond, het hart en de hand. In de tweede plaats zijn het, als teekenen van God, de offers, de besnijdenis en het pascha, die, symbolisch en sacramenteel, beeldend en dragend, dienst doen als middelen, om den mensch in de rechte betrekking tot God te brengen. Ten slotte zijn het de woorden of geboden van God, die den mensch aanwijzen, waartoe hij gehouden is als bondgenoot van God.

Deze verbonds-idee van het O. Testament, zooals wij haar zich met inhoud zien vullen, met haar middelen en middelaars, met haar verduurzaming van de betrekking tusschen God en mensch

Sluiten