Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Kerk, waarin deze in waarheid Katholiek is, d. w. z. die in de breedte en vooral in de diepte het algemeen Christelijk geloofsbezit handhaaft. Dit beteekent een besef voor het onderscheid tusschen het noodzakelijke en het onverschillige, de hoofdzaken en de bijzaken, datgene wat moet worden vastgesteld en wat kan worden vrij gelaten. Ziehier een zin voor proporties, een geestelijke tact, een souvereiniteit in doen en laten, die zich plegen voor te doen, waar een mensch of Kerk leeft in de onmiddellijke nabijheid van het mysterie, dat over leven en dood beschikt. Zulk een mysterie is de incarnatie. Het is een misverstand, als men meent, dat deze belijdenis van Christus met veel ballast van historischen of wijsgeerigen aard is bezwaard.

De structuur van dit dogma is sober; zij is eigenlijk doodeenvoudig. Men vraagt zich soms af: Heeft de Kerk niets meer, en vooral niet iets meer positiefs te zeggen? Als dit duidelijk wordt en men beseft, voor welke keuze het stelt, is veel gewonnen. In de vleeschwording van het Woord en het arm worden van Hem, die rijk was, is eigenlijk alles gezegd.

Elke uitdrukking of verklaring van het mysterie, die dit tracht te verklaren, in den zin van het zijn mysterieus karakter te ontnemen, is een verraad aan het mysterie en een uitholling van het geloof. Zoo wil ook de belijdenis en de theologie niet anders dan het mysterie als mysterie laten gelden. Hier schiet zoowel de logica als de psychologie te kort. Dit moet wel als het gaat om de persoon van iemand, die meer is dan mensch. Dit is een petitio principii. Alles wat dus door de theologie — de belijdenis doet dit nimmer — ter toelichting van de incarnatie wordt aangevoerd, draagt het karakter niet van adaequaatheid en stringentie, maar allen van analogie en parallel. Als zoodanig heeft het zin en zelfs noodzakelijkheid. De incarnatie is immers de verbinding van God met een menschelijke bestaanswijze en drukt dus, nog meer dan de schepping en de voorzienigheid, dan de openbaring in het algemeen en zelfs dan de inspiratie, de betrekking tusschen God en mensch uit. Maar verder reikt de toelichting niet. Zij doet de donkerheid van den achtergrond slechts te meer uitkomen. Dit is bij de incarnatie wel zeer evident. En het wil dit zijn.

Wij hebben de incarnatie telkens een daad genoemd, niet een feit, en aan die daad een duurzaam karakter toegekend. Men heeft haar wel het snijpunt genoemd, waarin de horizontale lijn de verticale ontmoet. Deze vergelijking moge de verhouding tusschen het

Sluiten