Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanvaarden en zeer ernstig in rekening brengen. Zij is een zaak van wetenschappelijk inzicht. Zoowel de psychologie en de kennisleer als de wijsbegeerte en de historische studie leiden hiertoe. Zij is ook een zaak van geloof, omdat dit vóór alles rekening houdt eenerzijds met zijn zeer bijzonder karakter, als den mensch richting gevend naar God, andererzijds met zijn gebondenheid aan het hier en nu van het mensch-zijn. Vandaar dat oud en nieuw categorieën zijn, die voortdurend moeten worden toegepast, als middelen om de beweeglijkheid van het geestelijke leven uit te drukken. Hiermede is niet gezegd, dat het nieuwe altijd juister of beter zou zijn dan het oude. Alleen, dat het meer beantwoordt aan de actualiteit van de mensch en den tijd, waarin hij leeft. Het nieuwe kan soms weer het oude zijn, maar het zal dit nooit zonder rest of toevoeging zijn. De geschiedenis kent geene herhaling in den gewonen zin des woords. Herhaling is de opheffing der geschiedenis. Wèl kent de geschiedenis groei, vergroeiing en versteening. Ten aanzien van de incarnatie beteekent dit, dat zij zelve beter, vollediger wordt verstaan, of dat zij wordt misverstaan, misduid of verworpen. En wat hare doorwerking betreft geldt hetzelfde. Het gaat hier om de leiding van den Geest, die den inhoud der incarnatie effectueert, en om het geloof, dat deze leiding aanvaardt.

In dit opzicht kan nieuw niets meer beteekenen dan nieuwe doorwerking en nieuwe vormen om hieraan uitdrukking te geven, terwijl oud is de incarnatie zelve, als daad van God en de aanvaarding daarvan door het geloof. Het nieuwe is dan de geestelijke verdieping of ook de verbreeding; het is cultureele of wetenschappelijke touch, die aan het beeld wordt gegeven. Dit is het goede nieuwe. Maar het nieuwe is niet goed, als het zich ten koste van den inhoud aan de incarnatie opdringt, zooals b.v. de wijze, waarop zij onder invloed van een modern evolutiebegrip wordt herleid tot de geleidelijke bewustwording van het goddelijke leven of de manifestatie van dat leven in de wereld. Hierbij is het mogelijk, dat de oude vormen en uitdrukkingen worden vastgehouden en wijsgeerig getransponeerd of religieus tot een geheel ander, b.v. monistisch type van religie overgebracht. Men denke aan den invloed van Hegel op de theologie.

Het is dus van belang de onderscheiding tusschen oud en nieuw niet zonder meer te laten gelden, doch haar aan te vullen met die tusschen wat oud en nieuw is naar vorm en uitdrukking óf naar inhoud en geestesgesteldheid. Hiertoe is de geschiedenis van woorden en uitdrukkingen van zooveel belang en in het algemeen de ge-

Sluiten