Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. DE ZIN

Ik neem weer de vrijheid het woord te vervangen door een ander en te spreken van geest, om u en'mij zelf te herinneren, dat wij ons bevinden in de sfeer van de daad en van het persoonlijke leven.

In de eerste plaats draagt de incarnatie een — als het woord geoorloofd is — incidenteel karakter. Zij is niet natuurlijk. Zij ligt niet in het gewone verloop der schepping, den geleidelijken groei van Gods werk. De incarnatie hangt ten nauwste samen met de zonde. Zij is de daad van God, waardoor de in het ongereede geraakte wereld weder in het gereede wordt gebracht, de verloren mensch gevonden, de doode weder levend wordt. Men kan, bij wijze van steekproef, de theologen er op onderzoeken, of zij oordeelen, dat de incarnatie ook zonder dat de zonde er was zou hebben plaats gehad. Het zijn de rechtlijnig, evolutionistisch, optimistisch denkenden en voelenden, die dit aannemen. De mannen van de gebroken lijn ontkennen het. Zij durven zelfs dikwijls niet zeggen, dat God alleen door de incarnatie de verlossing had kunnen tot stand brengen. Wel heet a posteriori deze wijze van verlossing, om den term van het middeleeuwsche Latijn te gebruiken, conveniens, gepast. Maar zij past ons dan, omdat en in zooverre zij blijkbaar God gepast heeft.

Zoo draagt dan de incarnatie, nog precieser uitgedrukt, een medisch karakter. Men zou haar, om in de taal der geneeskunde verder te spreken, een operatief ingrijpen van God kunnen noemen. Dit is het wat Augustinus bedoelt, als hij spreekt van „quid sacramenti", welke geestelijken zin het bevat, dat het Woord vleesch geworden is en wat, eerst hoogmoedig miskend, later nederig erkend, op zijn bekeering van beslissenden invloed is geweest: „de weg der nederigheid, dat het Woord vleesch geworden is." Het is hetzelfde wat Kierkegaard met zijn wonderschoone plastiek ons teekent als de dialectiek der liefde in de gelijkenis van den koning, die een arm meisje lief heeft. Trouwens, wat haalt bij de gelijkenis van den verloren Zoon uit den mond van Jezus zeiven? Hier valt de nadruk op de daad als offer, op de persoon als priester, op het werk als herstel, op het geheel als manifestatie van goddelijke solidariteit. Incarnatie en solidarisme zijn synoniemen. Vertegenwoordigt Jezus' kruis het juridische en zijn leven het ethische gezichtspunt, door zijne incarnatie, waarin deze beide rusten, maakt en verklaart Hij zich zelf solidair met den mensch, tot de

Sluiten