is toegevoegd aan uw favorieten.

Toekomstbeelden uit vijf eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spronkelijk had gedacht en gehoopt. De Kerk heeft zich moeten gewennen aan de gedachte, dat de toekomst van Christus zich lang zou laten wachten en dat zij intusschen eene plaats en eene taak had in de tegenwoordige wereldbedeeling. Dat heeft haar geleid eenerzijds tot eene welbewuste aanvaarding van dit interim. Zij werd wereld-kerk en zag zich zelve daarbij als Koninkrijk Gods hier en nu. Andererzijds hield zij vast aan de toekomst en zij beeldde deze uit in hare belijdenis, haar symboliek, haar gebed en haar lied. Het dies irae, dies illa, gaf klank aan de ontroering, die het geloof aan het toekomstige oordeel en daarmede de betrekkelijkheid en verwerpelijkheid van al het tijdelijke en aardsche altijd weer wekte. Intusschen verwierp de Kerk het Chiliasme als vóórlaatste. Als dit vóór-laatste gold de tijd, waarin wij nu leven met de Kerk en hare genademiddelen.

Op dit Chiliasme hebben zich voor en na velen geworpen, wien de massiviteit der Kerk met haar vast program en den langen, wèl-omschreven heilsweg tegenstond, die behoefte hadden aan ruimte en beweeglijkheid en aan de toekomst als meer nabij en direct.

Doren meent, dat drie gedachtenkringen door de late antieke wereld aan de middeleeuwen zijn overgereikt: de verwachting van het duizendjarig rijk als loon der vromen vóór het aanbreken der laatste dingen; de hoop op een held in den laatsten tijd, een wereldheerscher, hetzij de Christus zelf, bij zijn voorloopige wederkomst, hetzij een vergoodde menschelijke persoonlijkheid, een vredes-keizer of -paus; en de idee van eene bepaalde opeenvolging van tijden en wereldrijken, als laatste waarvan het Romeinsche rijk tot het einde der dagen zou duren.1) Deze gedachten hebben voornamelijk op de grens van of buiten de Kerk gedurende de middeleeuwen grooten invloed geoefend. Men denke aan het Evangelium aeternum van Joachim van Flores met zijne drie, opeenvolgende, bedeelingen: het rijk van den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest, waarin de geestelijke Kerk in de plaats treedt van de strijdende Kerk; aan wat men genoemd heeft „die abendlandische Kaisermystik" 2); aan de communistische bewegingen van allerlei aard.

Hierbij laten zich telkens weer sterke reacties gelden. Tegenover den nadruk op wat hier en nu kan worden verwacht en verwezenlijkt

x) A. Doren, a. a. O., S. 175.

2) Vgl. Kampers, Deutsche Kaiseridee in Prophetie und Sage; Vom Werdegang der abendlandischen Kaisermystik; Die Geburtsurkunde der abendlandischen Kaiseridee (Histor. Jahrb. XXXVI).