Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke grootendeels niet volgens begrippen of door kunst, maar hetzij door toeval of door de voorzienigheid ontstaan zijn. Nu komt het er op aan den testaanden werkelijken staat langzamerhand den redelijken staat te doen naderen. Het is de taak der politiek hierbij leiding te geven. Wie het dus onderneemt te toonen, onder welke wetten bepaaldelijk het openbare handelsverkeer in den staat moet gebracht worden, moet eerst onderzoeken wat in den redelijken staat ten aanzien van het verkeer rechtens is; dan wat in den werkelijken staat gebruik is; eindelijk moet hij den weg wijzen, hoe een staat uit den laatsten tot den eersten toestand kan overgaan.

Fichte is van oordeel, dat vroeger de staat te veel als „unbeschrankter Vormünder" der menschheid werd beschouwd en voor alles moest zorgen. Thans echter bepaalt men zijn taak hiertoe, dat hij ieder zijne persoonlijke rechten en zijn eigendom waarborgt. Men vergeet echter, dat er onafhankelijk van den staat geen eigendom bestaat; alleen toevallig bezit. Volgens Fichte is de bestemming van den staat deze: ,,jedem erst das seinige zu geben, ihn im sein Eigentum erst einzusetzen und sodann erst ihn dabei zu schützen. )

Er leeft, zoo stelt Fichte het voor, een hoop menschen bij elkaar in den zelfden werkkring. Ieder beweegt zich daarin en zoekt vrijelijk zijn voedsel en genoegen. De een komt den ander in den weg, rukt omver wat deze bouwde, bederft of gebruikt voor zich zelve datgene, waarop de ander rekende, die ander doet van zijn kant hetzelfde en zoo ieder tegen ieder. Van zedelijkheid, billijkheid en dergelijke moet hier niet gesproken worden, want wij bevinden ons in het gebied der rechtsleer. Het begrip recht laat zich echter op de beschreven verhoudingen niet toepassen, want ieder kan doen wat hij wil.

In dezen toestand is niemand vrij, omdat ieder onbeperkt is. Zij moeten met elkander een verdrag sluiten, waaraan zij zich houden. Maar de staat is noodig om dit verdrag, ook tegenover anderen, te handhaven en er rechtskracht aan te geven. Het recht van eigendom betreft handelingen, niet zaken; het laatste vloeit alleen uit het eerste voort. Ieder heeft recht om te leven en ook om zoo aangenaam mogelijk te leven. In den rede-staat wordt hiervoor gezorgd, in den werkelijken staat hangt veel af van toeval en macht.

In den staat zijn drie groepen van menschen: zij, die de natuurproducten winnen: de producenten; die deze producten verder bewerken; zij worden genoemd: de kunstenaars; en zij, die den

1) Fichte, a. a. O., S. 4.

Sluiten