Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Moest naar hoogere bezinning aireede de anorganische stof, de doode materie worden herleid tot wil en voorstelling, dat is tot een openbaring des g e e s t e s, het verschijnsel des levens is eerst recht onverklaarbaar zonder de vooronderstelling, dat het wordt gewekt door een immaterieel, ideëel-reëel dus geestelijk principe, dat wederom niet anders dan als openbaring uit den scheppenden Absoluten Geest kan worden gedacht.

Langs inductieven weg, dit zij terloops herinnerd, worden we dus telkens weder voortgeleid tot de conclusie: reeds de twee eerste problemen der natuurwetenschap zijn onoplosbaar in den vollen zin des woords, tenzij wij de natuur, de anorganische en de organische materie, beschouwen als gedragen door een geestelijken wereld-Grond, welke Grond uit kracht der stoffelijke verschijnselen zelve moet worden gedacht als willend-voorstellend (later zullen wij zien: tevens als onbewust).

De derde cardinale kwestie op physisch terrein is de vraag naar de wording der soorten.

De mechanische wereld-beschouwing, die in de laatste decenniën alom veld won, heeft ook op dit probleem beslag gelegd.

Zooals bekend is, werd n.1. het door Darwin naar voren gekeerde beginsel der natuurlijke teeltkeus, der selectie eenzijdig als het al-verklarend principe voor het ontstaan der soorten ten troon verheven (vgl. HaCKEL). Doordat de beste exemplaren der ontwikkelende typen elkander zochten zouden de soorten langzamerhand, door kleinst mogelijke veranderingen (transmutatie) van uit het laagste organisme, van uit de oer-cel zijn ontstaan. Deze soorten zouden dus niet geschapen zijn, noch ook uit innerlijken, organischen drang geboren, zij zouden zich eenvoudig door uiterlijke omstandigheid, teeltkeus en overerving (dat wil dus zeggen langs mechanischen weg) hebben ontwikkeld.

Reeds bij voorbaat vermoeden wij, dat deze eenzijdige, uitwendige beschouwing een denker als Hartmann, die het

114

Sluiten