is toegevoegd aan uw favorieten.

Von Hartmann

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het zóó-zijn der wereld, hetwelk naar de empirie kan worden vastgesteld.

Deze empirie leidt ons, gelijk wij bij de natuurbeschouwing zagen, tot de hypothese, dat er als laatst-denkbare eenheden van de materieele wereld kracht-punten moeten worden voorondersteld, die tevens naar vaste wetten geordend blijken.

Deze gedachte, aan de ervaring ontleend, brengt Hartmann dan tevens in redelijk verband met zijn beschouwing aangaande de wereld-schepping.

Aldus.

De alogische wil beging door zich te verheffen, menschelijk gesproken een „Fehltritt", een fout, door welke de wereld geschapen werd. De logische voorstelling kon uit kracht harer redelijkheid het initiatief, om het zoo eens uit te drukken, tot de kosmogonie niet nemen, aangezien zij (redelijk in zichzelf) geen aanleiding worden kon tot een werkelijk bestaande wereld, die in haar werkelijk bestaan steeds gerealiseerd moet zijn door de kracht, welke het heelal steeds in het teeken van het conflict, den onlust, zet.

Moest derhalve het initiatief voor de wereld-wording van den redeloozen wil uitgaan; de voorstelling moet uit kracht van haren redelijken aard zich tegen die schepping onmiddellijk verzetten. Zij zal aldus de fout van den alogischen wil trachten te herstellen.

Hoe kan dat geschieden?

Hartmann zet uiteen, dat dit slechts mogelijk is door het bewustzijn.

Wij zagen, dat het bewustzijn niet anders dan resultaat heeten mag, resultaat uit het conflict geboren. De Absolute Geest, die vóór de wereld-wording in eeuwige rust verzonken lag en die bij de schepping zich uit die rust verhief, kan volgens Hartmann dan ook niet bewust zijn, aangezien in Hem geen gewaarwording naar aanleiding van conflict, geen passiviteit denkbaar is.

De wil in potentie voor de wereld-wording was derhalve

124