is toegevoegd aan uw favorieten.

Dertigjaarige zeereizen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEEREIZEN. 8.*

nsn. Zodra men in een huis komt , ziet men aanftonds , dat de eigenaar een wélgefteld man is, en in zindelijkheid en nettigheid fmaak vind. De dorpelingen en landlieden zijn altijd wél gekleed. De vrouwen beminnen ook den opfchik; doch men zal zelden zien , dat de engelfche boerinnen zwaaren arbeid doen.

Wat de kleding der lieden van hooger ftand betreft ; men kan zig in de daad niets eenvoudi-, gers en fierlijkers verbeelden, dan de engelfche klederdragc , voornaamlijk in en omftreeks Londen. De vrouwen dragen meest zijden klederen , en allerlei foorten van hoeden ; maar aan het hof, in den fchouwburg, op openbaare gezelfchappen , ftaacsbezoeken en bij plegtige gelegenheden , zijn zij enkel gekapt in het haïr, en fchicteren van juweelen. Zij zitten met eene onbefchrijflijke bevalligheid te paerd. Men is verrukt , wanneer men eene fchoone engelfche dame in haar rijkleed met hooge pluimen op den hoed , zo ligt en ongedwongen , als of zij nooic iet anders gedaan had , ziet voorbij rijden. Op dezelfde wijze rijden twee jonge ladies in eene ligte open chais met lange lijsten, zonder iemand bij zig te hebben , dan eenen bedienden , die vooruit of naast haar rijd , door het grootst gedrang van koetzen en menfchen , zo fnel als de paerden willen lopen , en misfen nooit in het F 4 awea*