Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid P. T. SCHONCK EN P. J. CASTELEYN

de Duïtfcher zelf zal ons logenftraffen r De aanleidende oorzaaken niet alleen, maar ook zelfs de bronnen, die hunn' ijver gaande maakten , en uit welken , door hunne werkzaamheid in de Scheikunst, het eigenaartig voedzel, en de zekerde belooningen voortvloeiden, omringden hen, en blijven hen omringen. De aanleidende oorzaaken tot den koophandel vonden, wel is waar, de Nederlanders, in hunne natuurlijke ügging, aangewezen; maar de bronnen daar toe moesten ze elders, in afgelegen Waerelddeelen, zoeken; en zij vonden dezelven, en wisten ze, tot verbaazing van gansch Europa, ten koste van goed en leeven, tot in hun eng beperkt hoekje lands over te brengen, en — dank hebbede goede Voorzienigheid! —— tot dus verre, te behouden, en te befchermen Zoodanig als nu de Scheikunst, in Duits chland, op haaren natuurlijken grond woont, zoo doet zulks hier de koopmanfchap; en indien het nu, in dit geval, op de meerdere of mindere Nationaale eer aankwaame, waar over de Volkeren zoo vaak bedwelmend twisten, zoo zouden we zeer

gemakkelijk kunnen toonen , dat alle niet noodwendige kunften, (onder deze rekenen wij de Scheikunst niet,) in een land als het onze, eigenlijk gefproken , voor het

zei-

Sluiten