is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de pathologye of Beschouwing van het menschlijk lichaem in den zieken staet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgescheiden sa V pen. 44/

ïfest, dunner wordt, en eene flijmige, koude nature aenneemt. Het dunne, flappe, flijmige Vet kan daer toe echrer ook iets doert. Daer zijn menfchen ora hec geheel'Lichaem gezwollen; als men op de huid drukt, blijven 'er putten in ftaen, om dat het Vetvlies alom vol van een waterig, taei flijm is, dat veel toegeeft en wijkt. Men heeft eene ware Leukoahlegmatye , een blank waterig gezwel. Daer is nog eene andere Ziekte4, die veel overeenkomt met de vorige. Zij is eene foorte van Waterzucht, die de Grieken Anafarca, als of men zeide tusfen het vleesch , noemen, om dac hec Water tusfen de Spieren en Huid hangt. Zij is van de vorige onderfcheiden, om dac de Vosten meer waterige dunheid hebben, 'c Water heeft hier raagtig de overhand. Deze Waterzucht begint gemeenlijk van onderen en verfpreidt zich opklimmende tusfen vel en vleesch gelijk het gemeen zegt. Het Vet kan, onzes oordeels, de oorzaek dezer Waterzucht zijn. Zij heeft hare piaets in de Cellen van den Vetrok. Het flijmige,. dat bij het Vet is, trekt hec wacer derwaerd en geeft het de overmagt. Het Vet wordt door het water overftroomd en vloeit weg. De Cellen bevatten nu voor Vet water en dusontftaetde Waterzucht tusfen vel en vleesch. In de Cellen van het Vetvlies neemt men daerenboven veelerleie gezwellen waer, die van een zagten aerd, zonder pijn, voor den vinger,die hen drukt, wijken. Zij ontftaen . II. Deel. Ff 0f