Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 29

lodewyk, Wilhelmina tot zich trekkendeKoom, engelachtig meisjen! koom.

s 1 m 0 n , nog achter het tooneel. Ik zegge u , jongen! dat ik binnen moet weezen.'

bernhard, iilSgelykS.

Dat zal wonderbaarlyk gaan,

s 1 m 0 n , koomt gekleed met eene rydzweepjn de hand. Ha! ha! 't ruikt hier zeer naar punch. Geef oogenbliklyk 'licht, fpoedig!

bernhard, vertrekt. helena, ftampt met den voet flerk op den grond.

sim on.

Tn deeze kooi zult gy wel zitten, verliefde duifjens. Wagt, wagt ik zal u dat kirren en trekbekken wel verleeren. (Hy gaat tastende door V vertrek.) Aha! Kasten i groot genoeg om alle vier 'er in te kruipen.

AG T S T E TOONEEL.

wittekind, door eene zyddeur intreedende, d e voorigen, op het laatst de advoka&t.

_ wittekind. W at duivel! — Ik dacht dat hier repetitie werd gehouden. Het is hier flik donker. Lodewyk, Myntjen, Leentjen! waar zit ge dan.

si m on,

Wy zyn 'er allemaal, heer Wittekind, gy kunt onsmaar niet zien.

wir-

Sluiten