Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 337 )

Onder het geleide van dien wellevende opzichter waren de beide Gezusters Girgelfon ten fcheep gegaan; Haranville had hun alvo„ rens de plechtige verzekering gedaan, dat by behouden aankomst „ in de Martinique hy haar een bekwame gelegentheid zou bezorj, gen , om na een der Engelfche Volkplantingen in dar waerelddeel „ overtefteken, werwaards zy wisten du Solon en Meriander met de „ onbekende Dame hen begeven hadden: IV.'aar teen zy veertien „ dagen met zulke ongunftige winden in Zee, geweest waren, welke ,, een lange overtocht voorfpelde, verandere Haranville van taal, en „ begon aan Nicolina te vragen, of het niet beter waare te Martini' „ que by hem te blyven, en zyn geluk aldaar door den Echte band „ met hem te delen terwyl zy tog zyn Hart door haare aanvallighe„ den geftolen had; In de verbeelding dat de ongetrouwheid van ha„ ren Minnaar, dit voordel aan Jufvrouw Girgelfon behagelyk zoude „ maken, ftond hy wonder optekyken wanneer hy op die vraag een „ beleefde dog fcherpe afjagt van haar kreeg, dat hem de lust benam „ om verder daar op aantedringen. Ondertusfchen had zulks eni„ germate de hartelyke vertrouwde vriendfehap onder deeze beide ,, Perzonen van het reisgezelfchap verkpelt, hoewel men daarom aan „ beide zyde binnen de palen van welleventheid en zedige Ingeto„ gentheid bleef: Het is iets onmerkelyks, dat twee harstochten die „ zoo veel overéénkomst met malkanderen hebben als de Liefde, „ en de Vrienfchap, egter in het Hart van één voorwerp niet te ge„ lyk huisvesten kunnen, inzonderheid niet, wanneer de eerstge„ noemde harstocht door misagting beledigt wordt! Daar viel verJ „ vervolgens wel wat anders te bedenken in de tyd dat hun Schip „ door een agtereenvolgende ftorm van 48 uren belopen, hen aan de „ kusten van de Beste Waereld dreef, en aldaar tegen het llrand ver„ bryzelde; Kort om, de Juffers Girgelfon wierden met een menigte „ andere Pasfagieren en Scheepsvolk gered, maar zy wisten egter „ niet te zeggen, of Myn Heer Haranville hem onder de Levendige „ dan onder de Dooden der opgebragte ftrandelingen bevond "

„ Terwyl Meriander een klaarblykelyke onvergenoegtheid in het „ gelaat van Nicolina befpeurde,-was hy ibezig om 'er haar de oor„ zaak van te vragen, toen Haranville met een vro^k gelaat binnen „ trad; Uwe verblyfplaats uitgevorscht hebbende Mijufers zeide hy, „ moest ik aanftonds myne opwachting by u komen maken, om u „ wegens derzelve behoudenis geluk te wenfehen! Vervolgens wierd „ Haranville verteld, dat dit nu de beide Jongelingen waren die „ de flachtoffers van de wraakzucht en het ondeugend bedryf van „ Piotargina. geweest waren: — Is V mogelyk! riep Hauanvule „ de handen in een flaande; — Wel nu bekoorlyke Nicoliaaow ü

H h Me.

Sluiten