Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mat. 26. Mare. 14. Luk. 22. Joh. 18. 9

X. De valfche Befchuldiging voor den Raad.

En de Overpriesters en de Ouderlingen, en de gehele Grote Raad, zochten valsch getuignis, tegen jezus, op dat zy hem doden mogten: en zy vonden 't niet, hoewel daar vele valfche getuigen opgekomen waren; want, de getuigenislen waren niet eenparig

Maar ten laatltcn (tonden twe valfche getuigen op, en getuigden valfchelyk tegen hem, zeggende : Deze heeft gezegd (Joh. 2 :19) . ik kan den Tempel gods afbreken , en denzelven in drie dagen opbouwen ! — wy hebben hem horen zeggen: Ik zal dezen Tempel, die met handen gemaakt is afbreken, en in drie dagen, enen anderen , zonder handen gemaakt, bouwen ! — En ook alzo was haar getuigenis niet eenparig.

XI. liet eerfte Doodvonnis over jezus.

En de Hogepriester, in 't midden opfiaande , vroeg jezus , zeggende tot hem: Antwoord gy niets? wat getuigen deze tegen u? Doch jezus zweeg (lil en antwoordde niet. En de Hogepriester antwoordde wederom , en zeide tot hem: Ik bezweer u by den Levendtgen god, dat gy ons zegt, ofgyde Christus zyt, de Zoon des Gezegenden? En jezus zei de tot hem: Gy hebt (wel) gezegd: ik ben 't.' doch ik zeg ul: van nu aan zult

As a

M—59 Mr.-ss

M-6a Mr.-sö

— 57 M-61

Mr.-58

— 59

— 60 M-62

-63 Mr.öi

M-63 Mr.-6i

M-64 Mr.-G*

Sluiten