is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Israëlieten voor de tyden van Jesus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 415

^, gen enz., die zyn grootvader Saul bezc„ ten had, zouden zyn eigendom zyn en

blyven. Daarenboven zou hy de eer heb*> ben van dagelyks aan des Konings tafel j, te eeten; en dus als een lid van zyne ei-

gene familie aangemerkt worden". Mephibofeth werpt zig voor zynen befchermer neder, en dankt hem met uitdrukkingen , die voor eenen zoon van Jonathan en kleinzoon van Saul byna te nederig luiden (*).

Andermaal Iaat de Koning den opperbediende tot zig roepen, en verwittigd hem dat hy aan Mephibofeth alles, wat Saul en zyne zoonen bezeten had, in altydduurend eigendom gegeeven had. Hem , Ziba, en zynen vyftien zoonen en twintig knegten , werd de beftiering der familie-goederen opgedraagen; zo dat hy niemand, dan Mephibofeth, de voordeden te leveren en verantwoording te geeven had, terwyl de Prins, gelyk Davids eigen zoonen, ten hove fpy. zigen en woonen zou. Ziba aanvaarde den opgedraagen post.

Volkomener kon 'er voor den zoon van Jonathan, vooral wanneer men den ftaat zyner gezondheid, die gemak vereischte , in aanmerking neemt, niet gezorgd worden. In deeze edelmoedige voorzorg , deelde

te-

(*) „ Waarmede verdient uw flaaf _ een doode *hond, — dat gy naar hem omziet"? Tot zyne ontfcnuldigmg dient, of, dat hy zig van de vleiende taal der valfche nederigheid bediende, of, dat hy het zeide met opzigt tot zynen ellendigen iigchaainelyken toeftand.

D AVÏD*

III- BeeK» I.

IlOOFDSTV