Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

David. III. Bock.

III.

kïccr cst.

ÏJavid bedryft overfpel mot haar.

486 GESCHIEDENIS der

roem van fchoonheid maar ook van eerbaarheid bezeten te hebben; alleen was de langduurige afweezigheid van haaren man voor haar eene grooter verzoeking , dan voor hem, dewyl zyne hardvogtige (*) gefteldheid, hem, als 't ware, van de behoefte der egtelyke verkeering ontheven had; eene omIbandigheid, welke, wel niet vöor David. maar misfchien voor Bathfeba tot eenige ontfchuldiging verftrekt. Davids gefteldheid was,niettegenftaande alle verharding,waaraan hy zig van de jeugd af, als krygsman en vlugteling gewend had,te vuurig ; — en nog nooit had hy zo fterk, als tegenwoordig, gevoeld , wat een Koning, tot zulk een' trap Van voorfpoed geftcegen, zig ongeftraft al veroorloven kan.

De man , die in andere omftandigheden bekwaam geweest zou zyn tot het edele bedryf van zynen grootvader Boas, (om, naamelyk , met veragting van eigen voordeel eene verlaatene bloedverwante ten huuwlyk te neemen:) begaat de laagheid (of het alleen door kunstftreeken, of zelfs met geweld gefchiedde, is onzeker;) van de egtgenoot van Urias in zyn paleis te voeren. Schoon het koninglyke gezag medewerkte, pm haar tot deeze ongetrouwheid te verleiden , was 'er egter beiden aan gelegen, dat de zaak geheim bleef; en dus keerde zy terftond, na zig volgens de wet van dep

by-

(*) Ongevoelig kon ik hem niet wel noemen; want dan zouden ook eenige der fchoonftc trekken van t^aIha.ns gelykenis niet meer tocpasiyk zyn.

Sluiten