Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 491

te vertoonen, dat daaruit een opftand geboren kon worden. Ook zou Bathfeba, wanneer haare zwangerheid bekend werd, dat toch niet lang kon duuren, niet nalaaten kunnen, den Koning te noemen. De regters (ten zy Urias alle regt geweigerd Werd,) mogten nu vonnisfen, hoe zy wilden , op den Koning viel egter het billykfte vcrwyt; en , fchoon zyne magt en waardigheid 'hem aan de wettige ftraf onttrok , waren 'er egter fteeds van den indruk, dien dit bedryf op dc natie moest hebben, dc heillooste gevolgen te vreezen; vooral indien de een of de ander weèrfpanncling de ltoutheid mogt hebben van dc verhitte gemoederen nog meer in vlam te zetten.

Uit deeze, niet geringe, verlegenheid, redt zig de Koning op eene wyze , dat zelfs een Achitophel hem geen' listiger' raad had kunnen geevep. Hy geeft Urias een welgczegeld briefje aan Joab, den Opperveldheer , mede , van deezen inhoud: „ Men „ plaatfe Urias op de gcvaarlykfte posten, ,, en terwyl zy, die hy aanvoert, te rug „ trekken, ftelle men hem voor den vyand ,, bloot, opdat hy fncuvele".

Mep ziet zelfs in de wyze , om deezen gedugten man uit den weg te ruimen, egter nog het ftrydende geweeten. Urias zal geenzins door moordenaaren, die David of Joab voor hem befchikt had , maar door 's vyands hand omkomen. Vrees en drift konden den Koning, terwyl hy het briefje fchrcef, ligtelyk zodanig verblinden, dat hy zig zelven overreedde , „ dat dit het

v, WW

David. iii. Boek. Hf.

UOüI'DSX.

Wreed kevel aan Joab.

Sluiten