Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 491

s, beid (offchoon zig nu aan geene afgode- . ,, fy' fchüidig maakende) zo veel lyden 3, moest" ? Eene klagte, die tevens een ongeduldig verlangen naar eenen verlosfer behelsde. Het toekomende beloop der nog niet geëindigde Godlyke befchikkingen kon hier alleen troostgronden opleveren. De Profeet verzekert, ,, dat de Heer voor zy,yne komst nog een' gezant zou zenden, ,, om hem den weg te baancn , of dc vcr,', hinderingen zyner verfchyning ten beste „ der natie, weg te.ncemen: Welhaast 5, zou de Heer zynen tempel bezoeken, wcl„ haast de engel des verbonds (de tot heil „ der natie gevolmagtigde gezant) ver,., fchynen. Hy zou reeds in aantogt zyn: s. Indien maar de natie gefchikt ware, om

hem te ontvangen. — Die dit zo ligt flel-

de,'vormde zig een verkeerd denkbeeld

van het oogmerk zyner komfte". '. „ Deeze zou eene zee r fcherpe proef zyn , ,, waarvoor de kwaadwillige magten vree„ zen. ' Gelyk iemand, die zilveren goud

fmelt, zo zou hy de bedienaars van het ,,. heiligdom fmelten en zuiveren; en niet

rusten , voor dat de waare Godsdienst 3, heriteld was. Hy zou verfchynen, maar „ als een regter en een fel getuige tegen de

toovenaars, egtbreekers , meinëedigers, ,, beroovers van het loon der daghuurders, ,, onderdrukkers der weduwen, weezen cn

vreemdelingen, en tegen andere ontheili„ gers van zynen naam". Men ziet, dat hier gefproken wordt, met eene byzondere toefpeeling op zulke onderdrukkingen ,

waar*

van Juda. 111. Boek.

IV. HouïDST.

Sluiten