Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 23

deren naneef van ïoplicola herfteld was (O, had thands weder eene nieuwe bekrachtiging noodig, wijl het fteeds aan-' groeijend gezag der hooge Overheden den burgeren om dit recht van beroeping niet denken of naar het zelve niet luisteren liet. Schoon de doodftraf wel zinds lange reeds gefield was op elk, die eenige Overheid boven dit recht van beroeping zou willen verheffen, was 'er echter geene andere bedreiging op de verwaarloozing van zulk eene beroeping gefield, dan die der oneer: zoo dat elk, die deze wet overtrad, gehouden zou worden, liegt gedaan te hebben. Eene bedreiging, welke livius verklaart, dat in zijnen tijd befpotlijk zou geweest zijn, maar die daarom de edele denkwijze zijner voorvaderlijke dagen, dien wij thands befchrijven, in een voortreflijk daglicht ftelt.

De krijgsverrichtingen van dit jaar waren naauwlijks melding waardig. Valemus deed de wederfpannige Jequiérs, die aan hunnen ouden hoogmoed alleen nog kennelijk waren, bukken. Appijle i-

(3) Zie D. III. bi. 319* 35°' B 4

III.

BOEK IV. tOOFDST.

[. voor C.

299* f. van R.

453.

Sluiten