is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis der Israēlieten voor de tyden van Jesus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN. 319

Vermoedelyk moet het ook tot deeze tyden worden t'huis gebragt, dat zy uit haar eigen midden, nevens eene Overheid, die te Alexandrië vonniste , eenen Vorst (Ethnarch) hadden, onder wiens gezag alle Jooden ftonden, die daar te lande woonden (*). Onias zelf bekleedde, zo 't fchynt, deeze waardigheid, gelyk hy dan ook, als Krygsbevelhebber der Egyptifche Jooden, Kleopatra, de Weduwe van Ptolemeus Philometor, tegen deszelfs Broeder Physkon, te hulp kwam (f). Deeze Koningin bleef, haar leeven lang, eene vriendin der Jooden. Offchoon zy onder de regeering van Physkon niet veel ten hunnen voordeele kon doen , gaf zy hun egter terftond daarna weder bewyzen van haare genegenheid (§); dit ging zelfs zo verre, dat zy met haaren zoon Lathurus in onmin geraakt, de beide zoonen van Onias , Chelkias en Ananias, tot haare vertrouwelingen verkoos,en hun zelfs het bevel over het leger opdroeg.

Josephus (*) beroept zig op het getuigenis van Strabo, die zegt, „dat niemand , by deeze gelegenheid, der Koningin zo getrouw gebleeven was , als de Jooden,

van

(*) Phi r.o noemt hem ook Genarch. Deeze tytel Wordt van fomrnigen met dien van Alaharch of Ara* barch voordenzelfden gehouden. Conf. Wesseling de Judaeor. Archontibtis.

(f) Joseph. Contra Apionem, Libr. 2.

(j) Josephus zegt, (Oudh. XIII. Cap. 10. 2.) dat het weinig verfcheelde, of zy had haaren zoon Ptolemeus Lathurus van den troon verdoken, oai dat hy den Syriërs tegen Hyrkanus ondeifteund had.

U) Ibidem, £. 4.

Regentes van Juda. V. Eoük.

IV. Hoofdstv