Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ISRAËLIETEN.

503

Virgilius (*) de verwonderlyke overeenkomst met fommige trekken uit de Profeeten , die men reeds van ouds op den Mesfias toepaste, niet, zo -t fchynt, geheel en al toevallig is.) Deeze verwagting kon in ?t Oosten te ligter wortel fchieten, om dat juist de Profeet Daniël, die omftandigst en duidelykst van allen over het Koningryk van den Mesfias, met betrekking tot de wereldfche Koningryken, gefproken had, te Babylon geleefd had, en zelfs'nog aan het Hof van Perfië grootelyks gezien was geweest.

Ondertusfchen was deeze verwagting in zo verre een byzonder eigendom van het Joodfehe volk, dat zy regtftreeks en by uitneemendheid op deszelfs Godsdienst, behoeften en toeftand , toegepast was. Wy ontmoeten dezelve, wel is waar, ook by de Samaritaanen (f), dog alleenlyk in zq verre zy zig , niettegenftaande hunne gemengde afkomst, als Israëlieten, of nakomelingen van Jakob door Jofeph (§) aanmerkten. Niet alleen had dit Volk reeds voor lang de afgodery vaarwel gezegd;niet alleen onderhield men de befnyding , zo wel als de Jooden, maar het erkende ook met hun de vyf boeken van Mofes voor den regel van geloof en leeven. 't Geen hun nog belette, met den Jooden tot één volk te worden, was, van den kant der

Sa.

■{*) Pollio.. 1 <t) Joann. IV. vs. 25. 1 C|j Aldaar vs. iz,

li 4

Regentes? van Juda. VIII. Boek.

III. HooEseï^

Inzonderheid ook bjj; de Samari» taanetu

Sluiten