Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dï OPVOIBINC. J

koelheid; en thans is hy geheel werkzaam, en altoos zo bedryvende, als hy uit zynen aart zyn moet.

Onlangs had ik een zeer ernstig gefprek met hem. Ik trad des ogtends ten agt uuren in zyne kamer, zond de Kamerdienaars weg, en hem teder omhelzende, zeide ik: Gy zyt, Monfeigneur, heden dertien jaar. Uwe Opvoeding is nog niet voltooit', uw karakter en verftand zyn nog niet gevormt: gy zyt echter geen kind meer. Deïvyl gy nu voor den Troon gefchikt zyt, worde» ■reeds alle uwe daden van belang. Zie hier agt Boekdelen, die ik gefchreven hehbe; zy behelzen het Journaal uwer kindsheid. Er zyn eenige ge~ dagten in, die u niet onnut zuilen wezen. Ontfang dit gefchenk, dat u met een zal doen zkn % hoe zeer ik my met u hebbe bezig gehouden. — Ach', viel hy my in, hoe waardeer ik dit gefchenk ! ik zal het ook naarstig doorlezen, en altoos bewaren; maar vervolgt gy het Journaal nu niet verder? — Ongetwyjfelt; en ik zal het nu ■met nog groter naauwkeurigheid doen; want dip is gefchikt voor de Nakomelingen. —- Hoe? — jfa, myn Vorst, gy zyt nu geen kind meer, liet Journaal wordt nu eene Historie; en ik zal9 zt de pligt van eenen Historiefchryver eischt, getrouw , en oplettent zyn. —• Maar het zal immers nooit gedrukt worden ? —• Zeer zeker zal het gedrukt wtrdm; men weet dat ik dit fchryf, A s Let

Sluiten