is toegevoegd aan uw favorieten.

Adele en Theodoor, of Brieven over de opvoeding.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE OPVOEDING. 79

en hun een gedeelte van die zaligheden doen bevatten, die er gehecht zyn aan de liefdadig* heid. Een aandoenlyk kind, (Adele, by voorbeeld,) kon, reeds lang voor haar tiende jaar, deeze innerlyke beweging des harten ondervinden. Zy was altoos goedhartig, en deeldeonuitfpreeklyk graag mede. Dewyl zy geen geld hadt, gaf zy met de grootfte vergenoeging (zo men dit toeitond,) een rokje, of iets dergelyks, aan een arm naakt kind, of ook wel aan haar Broertje een mooi ftuk fpeelgoed. Maar deeze dingen wierden haar noch aangeraden noch bevolen. Zo zy .dit niet vrywillig gedaan hadt, dan zou zy het met weerzin gedaan hebben. Voeg hier by, dat zulke giften eigentlyk niets moeilyks in hadden. Er lag weinig verdienste in het weggeven van een rokje, of een ftuk fpeelgoed, dat zy zelf moede was ; want nooit gaf zy het nieuwfte fpeelgoed. Zy was dan het geen men, ze jong zynde, wezen kan, verpligtent; maar zy was niet- weldadig. Toen zf tien jaren bereikte , begon zy zeer getroffen te zyn van alles wat edel en groot is; maar ik geloof echter, dat zy, zo ik haar toen reeds geld voor haar eigen gebruik gegeven had, dat zy voor al dat geld niets dan vodderyen zoude gekogt hebben. Zy kreeg des geen geld, vóór zy twaalf en een half jaar oud was, en toen zeide ik niet: Adele, ik beveel u, wees liefde-