Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

So KAREL of de GEVOLGEN

plan, zonder uitzicht klouterden beiden al verder en kwamen eindelijk op een fmal pad, het welk hen in de laagte voerde. Toen zij enige uren voortgewandeld hadden, ontmoetten hen twee mansperfonen, die hen vriendelijk toefpraken en vroegen, wat zij hier deden, karel , die bevroedde, dat ene openhartige bekentenis mets baten kon, nam zijn toevlucht tot een noodleugen; hij vertelde den vragenden, dat hij op de alpen geiten hoedde en zijne zuster," die hem eten gebracht had, flechts een end wegs begeleiden wilde. Die mannen vroegen hem nu verder, of hij een boeren zoon was; en toen zij vernamen, dat karel en zijne zuster de armfte kinderen van het gehele dal waren, betuigden zij groot medelijden met hun, gingen op den grond zitten en noodden hen beide om het ontbijt, dat zij uit hun knapfak voor den dag haalden,'met hen te delen, karel en zijn kaatje voelden honger, beetten dus gretig toe, en, daar die mannen ook wijn bij zich hadden, wierd karel weldra levendig en vrolijk. Zodra die lieden dit bemerkten, vroegen zij: of op de alpen niet dikwijls een fuik vee verongelukte en of arenden en gieren een jonge geit niet dikwerf in hunne klauwen wegvoerden? karel betuigde, dat hem dit nog nimmer was overgekomen, maar dat hij wel van andere herders vertelfels van dien aard meermalen gehoord had. Dan zijt gij, andwoördde één dezer lieden, een grote domkop,

wan-

Sluiten