is toegevoegd aan uw favorieten.

Stephanus, treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

76" STEPHANUS,

Het joodendom en my op 't Felfté aan hem tewreekeil. 'k Heb reeds bezorgd dat hy , door de yveraars der wet, Door gantsch Jerufalem op 't fcherpst'word nagezet.

KAJAPHAS.

Wy hebben dubble reên... gy moogt uw' vyand haaten; Ik, uit godsdienftigheid, hem in uw handen laaten. Dus is dan uw befluit? ...

SAULUS, heftig.

Die pest te doen vergaan. KAJAPHAS. Hoe zal dit, voor 'svolks oog, in billykheid beftaan? Een volk, dat zien wil, is niet llraffeloos te doeken.

S AULUS.

'k Zal twee getuigen vau zyn lasteringen zoeken: Daartoe heb ik,fints lang, veel zorgen aangewend, Doch elk te zwak voor zulk een' eedlen post erkend. Myn vyand, toen hem zulks ter ooren was gekomen, Heeft daarom moogelyk zo ras de vlugt genomen. Hy waant misfchien dat thans de geesten zyn geftild, Waaraan hy, in zyn drift, veel reednen heeft verfpild : Maar neen! wy moeten fteeds eene euveldaad , bedreven Ten nadeele onzer wet, ftreng ftraffen, nooit vergeeven. De aêloudheid is hierin godsdienftig voorgegaan , En Mofes heeft volmaakt aan 's hemels wraak voldaan, Toen hy, ter ftraffe van 't afgodisch nederknielen, Een bloedbad ftroömen deed van dertig duizend zielen. Vorst Agag, zegt gy, wierd geflagt door Samuël;

Maar