Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER EN TWINTIGSTE BRIEF. 495

fchrevene broederen, maar verbinden hun zelve aan zekere geloofsbelijdenis, en komen in verfcheiden ftukken nader aan de leerftcllingen der Gereformeerde kerk. Men fchat het getal der grooter en kleine Mennonieten gemeentens in de republijk op honderd en negentig. Een klein getal; maar dat ook daartegen mcerendeels beftaat uit denkende, rijke, weldaadige, nijvere en achtingswaardige menfchen. Derzelver aloude eenvouwigheid in de kleederdracht, waardoor zij weleer terftond kenbaar waren, beftaat wel is waar hu"niet meer, nadien zij tegenwoordig even zeer na de mode gekleed gaan, als andere lieden; maar toch munten zij in den gezelligen omgang uit, door hunne afkeerigheid van vloeken en zwceren. Zij leggen zelfs voor het gerecht geenen eed af, maar bevestigen derzelver vcrklaaringe alleenlijk door een plechtig ja, of neen. De verdraagzaamheid der regeeringc neemt hierin volkomen genoegen, als zijnde ten volle overtuigd, dat zij hun plechtig gegeeven woord zo getrouwelijk nakomen, als dievan andere godsdienstige gezindheden den heiligften eed. Gcduurcnde mijn zevenjaarig verblijf hier te lande, heb ik onder de Mennonieten maar zcer weinige voorbeelden gehoord van eenigerhande eerlooze daad, van bankroeten, en nog veel minder van grove overtredingen tegen 'Slands

wetten. T.

De

Sluiten