Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

+K 21? )£+

evenreedigbeid der verfchillende gefteldheden, welken wij in den loop der denkbeelden onderfeheiden, OogenbHklijk omkeeren, zoodat, bij ongelijk minder vastheid, op éénmaal, ongelijk meer fnelheid enz. ontftaa. Dus moet ook hier, gelijk bij afgelegen graaden van éénzoortige bewegingen der ziel, eene zekere verwarring ontftaan; eene onrustige heen-enweder-flingering tusfehen den eenen toeftand, die ophouden, en tusfehen den anderen, die beginnen moet. Is dc verwijdering der aandoeningen Hechts gering, dan is het evenveel, alsof ze vermaagfehapt waren: alsdan, zal deverwarring, welke, mogelijk, Hechts oogenbliklijk, en voor den mensch zelfs onmerkbaar is, enkel in de fijnfte vezelen , eene kleene ziddering veroorzaaken, welke zich, ter naauwer nood, in oogen en lippen, en dus nog veel minder, in de min beweeglijke deelen des ligchaams, zal voordplanten. Is de verwijdering aanmerklijk, dan wordt de fchudding, het lhngeren, de worfteling der ziel, tusfehen de beide, met elkander' ftrijdende, gewaarwordingen, zichtbaar. Dus bekeurt men, naar de verfcheidenheid der gevallen , dan de fchuddingen van het lagchen, dan de trekkingen van het weenen, dan eene fcmerlijke verandering van O 5

Sluiten