Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L IJ S P E L. ,?

jufvrouwen in den tuin; — deeze plukken en vreeten het beste van de boomen; en wanneer het hier nog maar bij bleef, was het misfchien nog zo erg niet; maar als ze heur maag vol geflopt hebben, dan fmijten ze elkander met de rest naar de ooren.

eerste opzigter;

Ik word woedende ! — Mijn heer! —

elias. Geduld! nog een oogenblik.

j a c o fi.

Én, mijn heer Elias! om alles te voltooijen, mijn heerde Opzigter gebruikt de vrijheid, om nu eens een mandjen perukken aan dien goeden vriend, daneene mans vragt druiven aan die goede vriendin , dan een winterprovifie van appelen of peereh aan dien bloedverwant, en dan wéér eene Winterlaag van afgekapt hout of takkebosfchen aan dié neeven , nigten, zwagers of broeders te zenden.

eerste opzigter

Sakkerloot! —

ELIAS.

Stil! _

jacob.

Mijn heer Elias! toen ik het geheele opzigt over den tuin had, ging er zelfs geen appelpitjen verboren! Ik droeg zorg, cn de hemel, zo wel als gij zelf, is mijn getuige, dat al-

Sluiten