is toegevoegd aan uw favorieten.

Overleveringen der voorige eeuwen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hët ZWARTE DAL. a2t>

Wilt gij nu van ons arme lieden eenen dronk op reize aanneemen?

phil. Wij hebben alles gezien, maar uwe kerk niet. Breng ons daar toch heen, Patea i

guarü. Hebt gij nooit eene kerk gezien.

ulr. St. Ftoriaans kerk heb ik nooit gezien,

cuard. Zo volgt mij, maar dat uwe tred zacht zij, dat het kletteren uwer fpooren 4e boetvaardigen niet verfchrikke, welke op het graf van den Heiligen bidden.

Een heerlijk Godshuis zeide Heer Philip,

als zij in de kerk traden, groot, eenvouwig en heerlijk!

Welk een akelig donker! riep Ulrich met

luide femme het geen de befchilderde ven-

flerglazen voortbrengen, zo gefchikt om den geest van het aardfche aftetrekken.

guard. Zacht, Ridder,- denk om de boetvaardigen!

ulr. (nog luider) Vader, als u die heilige duisternis omringt, als uwe broeders pfalmen zingen , dan denkt gij toch niet aan goud en wellust.

guard. Zacht zeg ik, Ridder!

ulr. Ulrich van Aarhoist kan zijne Rem nieï bedwingen, wanneer zijn hart medefpreekt; ook zal de uitdrukking; Goud en Wellust den boetvaardigen nooit te onpas gezegd zijn.

guard. Stooring van heilige gedachten komt altijd te onpas.

q a phil.