is toegevoegd aan je favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiedenissen. 3ZS

Het gerucht hiervan was te Rome eene nieuwe bron van kommer voor hun, die in hem den wreeker zijnes broeders1 vreesden. Hoe loflijk op zich zelf en ^ alzins verdienstlijk zijn gedrag bij het] noodlijdend heir en den verlegen Conful was, befehouwde men het als het gevaarlijke vooifpel zijner kunftenaarijen , om de gunst des Volks te winnen f 1).

De nijd en achterdocht van denRaad groei den voords niet weinig aan, wanneer een. Gezantfchap van den Numidifche» Koning, micipsa, kennis kwam"geven, dat hij, uit bijzondere hoogachting voor cajus gracchus, eene lading koornnaai Sardinië gezonden had. Het was, zinds langen tijd, niet vreemd meer, dat de afhangelijke Vodten, don eisch der Veldheeren of des Raads voorkwamen door vrij willigen onderftand, en zulks dan ook kwanswijs ter gunfte van- hun deeden , van wier hoog Gezag in den Romcinfchen Staat zij zich voorfpraak en befcherming in ongelegenheden beloofden. Zoo had Koning antiochus nog onlangs een

Ge

(i) Plut. in gracch. p. 835.

X 3

v.

boek

11 r.

io0fdst.

. voor C.

ïÏ5. . van R.

627.

Agterlocht van den Raad.