is toegevoegd aan uw favorieten.

Romeinsche geschiedenissen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENISSEN. 44*

orde van zaaken verlaten hadden: maar in het tegenwoordige had de Conful s c r ibonitjs curio zich rechtftreeksch tegen Sicinius met redenen verzet, wier waardij echter zoo gering was , dat elk hem verdacht hield van den moord van sicinius, toen dezelve, nog juist in tijds ter voorbehoeding zijner fchande, voorviel (i).

\ In

(1) Sallust. Hifl. L. III. Fragm. in Orat.

macri Trib, pl. ad pteb. Cicero verhaalt,

dat curio een zonderling Redenaar was; dat zijne diepe onkunde hem niets anders tot aanfpraak op den naam eenes Redenaars overliet, dan een ftroom van woorden en van bloemrijke fpreuken; dat zijn geheugen hem zomtijds zoo zeer bedroog, da hij eens, teg.n cicero zeiven pleitende, bij het oprijzen , om het woord te voeten, zoo geheel vergeten was, wat bij zeggen zou, dat hij zich beklaagen moest, dat zijne partij hem door tovermiddelen zijn geheugen had ontweldigd. Voords was hem het alletbefpotlijkst handgebaar eigen, waardoor hem het geheele lijf ging, als of hij in een fchommelend fchuitjen zat, het welk sicinius, eea geestige Spotter, onder anderen tot den Conful o ctaviüs, die naast den Redenaar gezeten was, en uit hoofde van veelerleije ongemakken, verfeheidene pleisters en zalven en zwagtels droeg, deed zeggen: Ee 5 naoait

VI,

boek 11. hoofdst.

J. voor C.

75}. van R.

677.