Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

BOEK

III HOOFDST

J. voor C

214.

J. van R 538.

512 römèinschê

verwijt hunner lafhartigheid bij den zeéflag voor den mond van den Iberus hunne fchepen verlieten, verijdelde zijne be' doeling. Hun voorbeeld, hunne aanmoe• diging en aandrang verwekten verder den afval der Carpefiërs , en drongen alzoo den Carthager, om zijne wapenen van de Romeinen aftewenden ter voorkoming van den verderen afval. In den begin viel het hasdrubal zeer bezwaarlijk, zich tegen de Carpefiërs flaande te houden, maar de voorfpoed hunner wapenen maakte hun roekeloos en nu gelukte het hem, hun op nieuw aan Carthago te onderwerpen (1).

.Naauwlijks had hasdrubal dezen tegenftand overwonnen, wanneer hem bevel gezonden werd, om met den meesten fpoed zijn heir in Italië overtebrengen. Zo dra dit algemeen bekend werd, dreigde geheel Spanje tot de Romeinen over te Haan* De Carthager, die zulks zag, fchreef onmiddellijk aan den Raad : „ hoe nadeelig het gerucht alleen van zijn vertrek was; dat de Romeinen meesters van geheel Spanje

zou-

(1) Liv. L. XXIII. c. 26, 27.

Sluiten