Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

TWEEDE BRIEF.

van uwe werken voor de couranten te ftellen. — Ik heb in mijne Voorreede reeds verklaard, dat ik mij daar meede niet ophoude. Ik hebbe 't nooit gedaan en zal het nooit doen. Ik kon hier anecdotes ter opheldering bijvoegen! — Maar — ik wil agter de fchermen blijven! Aflaat dan voor eeuwig voor die foort van geestige Hagen! -—

Alethophilus.

TWEEDE BRIEF.

M Ij n h e e r!

CjTij beklaagt u geduurig over mijne kortheid. — Jfc gaa alle de veegen voorbij, welken Gij mij hier over geeft (*), en merke alleen aan, dat ik zeker de gaaf

niet bezit, om -weinig met veel woorden te zeggen'.

Ik heb mij daar op altoos toegelegd om veel met weinig woorden te zeggen. Dit kan wel te weeg brengen, dat iemand, in wiens fmaak zulks niet valt, in mijn gefchrift eenige duisterheid meent te bemerken. — Evenwel vertrouwe ik — fchoon ik kort ben geweest — dat de meeste Leezers mijne uitdrukkingen (f) zeer wel hebben kunnen begrijpen en ook begrepen hebben. — Maar laat een onpartijdige oordeelen of ik duister, dan of ik duidelijk fchrijf, —

Maar

(*) Lees onder anderen de geestige (lagen hl. 9.

Cf) Niet mijne gedachten, die ik verborgen wilde houden, 1

Sluiten