is toegevoegd aan je favorieten.

Dupliek of Afscheid van Alethophilus aan Philadelphus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE BRIEF. 147

gemeen menfchenverftand antwoordt op mijne vraag aangaande den Capitein. Ik vroeg: „ Of een Capitein die „ zijne Soldaten noemde brave Jongens! al geloofde

hij, dat het grootfte deel van zijne Soldaten braaf ,, was, denken zou, dat zij allen getrouw en braaf wa*

ren"? —

Eindelijk mijn vijfde uitvlucht, door u (*) aangehaald , is deze: „ De gewijde Schrijvers befchouwen ,, wel het volk als een geheel:, dit was ook waaragtig: „ zij bleven één volk, of zij in Gods verbond waren „ en bleven of niet". — Hoe nu maakt Gij deze mijne uitvlucht kragteloos? Op deze wijs: ,, Deze ftelling is ,, zoo onwaar, zoo baarblijkelijk ftrijdig met het Mo„ faisch , of liever met het Theokratisch ftelfel van „ Israëls Kerk-, en Burgeritaat, dat ik niet weet, hoe „ men daar van ongegronder zou kunnen fpreken. Ik „ ben ten minften zeer benieuwd, hoe de H. A. deze „ door hem, zoo veel ik weet, het allereerst aangeno-

men ftelling zal goed maken". Zonder dan mijn

gezegde met den vinger aanteroeren brengt Gij uwen Leezer in den waan — A. heeft die gewaagde ftelling daar zo maar heen ter nedergefteld — aan geen bewijs gedacht — en dierhalven —■ het is iets ongehoords! — efi aliquid monftril Dan houdt Gij u nog eenige oogenblikken bezig, u ten koste van het Labadistisch Manne. ke vroolijk te maaken! — Maar — Mijnheer I Gij hebt immers mijne Brieven geleezen, en er niet maar hier en daar eens ingezien ? — Hoe is het dan mooglijk, dat Gij uwen Leezer in 't vermoeden wilt brengen, dat A. het bij het opgeeven dier woorden gelaten heeft. Al had ik dit gedaan, dan behoorde het nog tot het wegneemeu van die bedenking, welke Gij uit het algemeen fpreken zoudt kunnen maaken. Het was dan nog niet meer,

dan

(*) Bl. I2T.

K 2