Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENISSEN. $ö?

de fchamele gemeente, die den burgerkrijg wel minde om deszelfs buit, maar eenen affchrik had van brandltichting, welke niemand verrijken en ook haar zelve van gereedfchap, werktuigen en klederen berooven kon (i).

Na het fcheiden van den Raad beklom cicero terflond de openbaare fpreekplaats, en vond het gunftigfte gehoor bij de tallooze menigte, aan welke hij verflag deed, van al het voorgevallene in de vergadering. De aanhef zijner redenen, zijne aanmerkingen op de genomene befluiten van den Raad, en de geheele toon zijner aanfpraak waren zoo vol van den uitbundigften eigen lof (2) , dat wij niet kunnen nalaten, het geduld des Volks, in dezelve aan te hooren, als een beflisfchend bewijs te houden van de toverkracht zijner welfprekendheid. ,, Het Gemenebest , Romeinen , het leeven van u allen , uWe bezittingen, echtgenooten en kinderen, deze allergelukkiglfe en fchoon-

fte

(1) Sallust. bel!, catil. c. 48.

(2) Zie deswegens de aanmerking van ten jrink, bl. 302.

VI.

BOEK

vi:.

ivJOFDST.

\. voor C.

61. |. van R.

6p.o.

Redevoe» ring • an cicero voor bet Volk.

Sluiten