is toegevoegd aan uw favorieten.

Briefwisseling tusschen de familie en bekenden van den vriend der kinderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\

C =22 )

der, Caracci geloove ik, gelezen, dat hy dikwyls ter markt ging, en geheele kooijen mee kleen gevogelte opkogt, om dezelven weder te laten vliegen. Wy behoeven dit ook noch uit vreeze voor de verwoefting, die deze diertjes aanregten, noch uit inzigre om onze tafels of difch te verryken, te doen; want zy geneeren zich meelbal met wormpjes of geltrooid zaad, en het weinigje droog vieefch, dat 'er aan is, kan ons weinig voeden, en is ook zo ongemeen

lekker niet. Maar, Papa lief! zeide

ik, wy fluiten ze daarom niet op, maar

wel om hunnen zang. Ga dan na

buiten, antwoordde hy, in 't bofch, of te velde, dan zal uw gehoor nog beter onthaald worden. Want de zang van een vogel, die in de ruime lucht zweeft, is veel bevalliger, dan van eenen die opgefloten zit. Hier toe doet voor eerft veel, dat alie gezang, dat ons te naby is, te hard in de ooren klinkt, daar het op eenigen afitand veel aangenaamer is; ten anderen , dat het ons op den duur te eenzelvig wordt, daar de behoorlyke vermenging van verfcheiden geluiden, die men

ra