is toegevoegd aan uw favorieten.

De Corsikaanen, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 85

ROOSJEN.

Neen. Ik heb 't hem zoo even nog gevraagd. Lieve nvynheer Wakker, zeide ik, blyf toch bj ons, het gaat u immers zeer goed nier; ieder een bemint u en ik boven allen, en de genadige gravin ook —

NATALIA.

Praatfter! verder.

ROOSJEN.

Toen heeft hy gezegd : ik kan niet biyven! en toen leeft hy zich voor 't hoofd geflagen, en iets binnen 's nonds gemompeld, waar van ik geen woord heb kunlen verftaan. Toen ik hem zyn valies zag krygen, overriel my eene vreeslyke angst. Spreek toch eerst met Ie genadige gravin , verzocht ik hem, gy zyt immers laauwlyks herfteld , hebt uwe krachten nog niet weder; vat zal 'er van worden, indien gy onder wild - vreemden nenfchen koome? gy zult ziek biyven leggen, in een. laar dorp , misfchien zelf by ketters, zonder oppasfing, onder verzorging, zonder priester; neen, zeker, dat al de genadige gravin niet toeftaan. Spreek met haar.

NATALIA.

En wilde hy niet?

R oos JE N.

Volftrckt niet. Ik heb reeds te veel met haar gefproen, zeide hy.

NATALIA.

Gaa, loop, geef acht op hem, gaa niet van hem af, ïat hem niet uit uw gezicht gaan. Ik zal eenige 00F 3 gen-