Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3

Fertj om even zo veel duizend Barbaren den moed,om den Grieken te be. vechten, te benemen, doch hoe groot» hoe heerlijk deze daden zijn, zo zijn zij door de krachten der natuur moge" lijk, en zij, welke die ondernamen, konden zich beloven dat zij hunne inzichten bereiken zouden, maar wanneer heefc men oit gehoord dat een Mensch, of een Held, de zoon van een Godin, of van eenen God, of een God zelf, oit te wege gebragt heeftt wat Agathon ondernam, daar hij, met de cijther in de hand, zich overreden liet, om de Mentor van een Dionyfius te worden?

Op deze klagende aanvang, waar me.' de de griekfche Autheur dit Hoofdftuk begint , volgt een lange en inderdaad verdrietige uitroep, tegen die foort van Stervelingen, welke men groote Heeren noemt ; met verfcheide uitweidingen over de Maitresfen —. over de jagtA 2 bon*

Sluiten